vrijdag 5 oktober 2012

Hoe word ik een Goeroe? (Modellenbingo 4)


De workshops die ik regelmatig geef over de Modellenbingo, hebben altijd als ondertitel: Hoe word ik mijn eigen Goeroe? De toon ervan is (dat zal niemand meer verbazen) ironisch en luchtig. Dat heeft alles te maken met mijn gezonde argwaan tegen de pretenties van de meeste Management-Goeroes en hun modellen. Met hun zelfgekozen venster op de werkelijkheid gaan ze het liefst alle voorkomende communicatie- leiderschap- of andere organisatieproblemen te lijf.
 
Immers: ‘Voor Jantje met zijn nieuwe hamer is alles een spijker’.

Minstens zo irritant is het verdienmodel waarmee de eigenaren van succesvolle Modellen hun geld bij elkaar harken. In vrijwel alle gevallen schuilt de kern in een soort ‘licentie-stapeling’: Bij de Stijlen of Types die zijn gecreëerd hoort immers altijd een Test die uitwijst tot welk Type je behoort. Een Test die uiteraard per keer gekocht moet worden (meestal voor trainers en coaches geen probleem, omdat ze die prijs al dan niet met opslag doorberekenen aan hun klanten). Maar natuurlijk moet je als trainer wel over een licentie beschikken om de Test te mogen afnemen en de uitslag te kunnen interpreteren.

Wat een verrassing: er zijn (kostbare) licentie-trainingen te koop, waarin je volledig wordt ingewijd in de geheimen van het Model en de Test. In de slimste constructies moet je vervolgens als trainer aantonen dat je genoeg ‘Vlieguren maakt’ (lees: Testjes koopt/verkoopt) om je licentie te behouden. Anders loop je de kans dat je opnieuw een training moet volgen…

Tot slot is er vaak een optie om ‘hogerop’  te komen in de Goeroe-hiërarchie. Van Practitioner naar Master, al dan niet via de nodige, middels steeds duurder wordende trainingen te verwerven, tussenstappen… Lonkend perspectief is de positie waarin je als Master zelf weer licentie-trainingen kunt gaan geven aan nieuwe volgers. Niet zelden geeft het aanbrengen van nieuwe deelnemers voor de ‘Basistraining’  je grote korting bij het zelf volgen van de Master-opleiding. In de tenenkrommendste varianten is het aanbrengen van nieuwe deelnemers zelfs een vereiste om mee te mogen doen.

Ik zeg niet dat al die constructies bedenkelijke Piramide-spelen zijn, maar het lijkt er vaak wel verdacht veel op…

Met de Modellenbingo in de hand weten we inmiddels hoe eenvoudig het is om zelf een Model te bouwen en verhaaltjes te bedenken bij de verschillende Types. Wat nog ontbrak was een goeie bijbehorende Test. Gelukkig is daarvoor op internet gratis en voor niets eenvoudige software beschikbaar (het verdienmodel zit daar uiteraard in de upgrades die je kunt kopen...)

Dus daarom deze keer stap 3 op weg naar het Goeroe-schap: Maak je eigen Test! Verzin bij de twee assen uit je model een serie stellingen waaruit gekozen moet worden en waardoor de invuller steeds punten scoort op 1 van beide polen. Maak als uitslag van de test een korte beschrijving per Type en vul dat aan met ‘tips’, waarvoor je de ingrediënten haalt uit het schuin tegenoverliggende kwadrant (denk aan de Uitdaging van Ofman). Appeltje eitje en alweer ontzettend leuk om te doen.

Ter inspiratie: Doe de test die ik recent maakte voor een nieuw programma bij de Baak over Invloed in complexe situaties. En verbaas je erover hoe grappig het is om te merken dat de uitslag ‘klopt’, terwijl we natuurlijk inmiddels weten dat we er echt alleen maar uitkrijgen wat we er zelf instoppen. Een test heeft nu eenmaal een geheimzinnige kracht, alsof het iets onthult dat je van jezelf nog niet wist. De omweg van de stellingen en de score die onzichtbaar op de achtergrond meeloopt, werkt als een mysterieuze quasi-wetenschappelijke mist waardoor je blij verrast bent dat daaruit opeens een helder herkenbaar beeld van jezelf opdoemt.

Andersom zou natuurlijk ook kunnen: Meteen de types verklappen inclusief hun beschrijvingen en vervolgens slechts 1 vraag stellen: In welk type herkent u zich het meest?

Dat zou wel zo eerlijk zijn, maar het is een stuk minder spannend. En er valt geen verdienmodel op te bouwen….

Leren werken met de modellen en testjes die anderen hebben bedacht is natuurlijk prima. Maar het zelf bouwen van een model en het bedenken van relevante stellingen waarmee je een eigen bijbehorende test kunt maken is van een andere orde. Mijn overtuiging is dat je op die manier een dieper inzicht krijgt in het thema dat je gekozen hebt, waarbij je tegelijkertijd een prettige relativering behoudt omdat je volledig weet hoe het ‘achter de schermen’  werkt. Het hele bouwwerk is en blijft niet meer en niet minder dan een slim gekozen constructie. En vooral die relativering mis ik bij de gevestigde Goeroes.

Kortom: De weg naar je eigen Goeroe-schap ligt nu definitief geheel open. Doe er je voordeel mee en stuur even een cc-tje als het aantal licenties dat je hebt verkocht de 100 gepasseerd is. Dan beloof ik dat ik er een relativerende Blog aan wijd….

woensdag 19 september 2012

Loser?

Gister werd ik gebeld door een journalist van Trouw. Vraag was of iemand namens de Baak wilde reageren op het nieuws dat Ton Büchner, de topman van Akzo Nobel, tijdelijk terugtreedt vanwege oververmoeidheid.  Voorafgaand aan dat gesprek had ik al even gegoogled en gezien dat de koers van Akzo Nobel binnen een uur na het persbericht al scherp gedaald was. Ook de eerste internetkoppen hadden als teneur dat dit bericht een risico, een bedreiging vormde voor de onderneming en de aandeelhouders. En dat de topman kennelijk was ‘bezweken onder de druk’ terwijl hij toch bestand zou moeten zijn geweest tegen de eisen die het CEO-schap van een beursgenoteerde onderneming aan je stelt.
Vandaag werd op een beleggerssite al meteen de stelling gelanceerd dat Ton Büchner maar beter helemaal thuis kan blijven…

Tegelijkertijd kreeg ik de tip om de laatste aflevering van VPRO’s‘Boeken’ even terug te kijken. Wim Brands sprak daarin met Paul Verhaeghe over diens laatste boek ‘Identiteit’. Verhaeghe beschrijft de schadelijke achterkant van onze hedendaagse ‘Enron-cultuur’ waarin iedereen in een voortdurende concurrentiestrijd wordt uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen. Keerzijde is een toenemende eenzaamheid, een sterker wordend gevoel van ‘er niet toe doen’, als het je niet lukt om succesvol te zijn. Onze hele maatschappij raakt doordrenkt van het idee dat succes maakbaar is en falen dus een kwestie van Eigen Schuld is. Verhaeghe: ‘In Vlaanderen is ‘Loser!’ het meest gebruikte scheldwoord onder kinderen van 7 tot 12 jaar.’

Ik vermoed dat dat in Nederland niet anders is.

En dat is dus wat er gebeurt: Een open en eerlijk bericht over de toestand van de topman van Akzo Nobel wordt binnen no-time uitgelegd als een teken van zwakte, als de vervelende oorzaak van (koers-)verlies van een half miljard euro en als een risico voor het succes van de onderneming. Op het schoolplein van internetsites wordt vervolgens onmiddellijk een conclusie getrokken: Loser!

Voorafgaand aan het uitdoen van het persbericht is er ongetwijfeld een moment van overleg en afweging geweest binnen Akzo Nobel. Wat brengen we naar buiten? Welke reacties zal dat oproepen?  Laten we het daarvan afhangen of en wat we melden over de situatie van Ton?

De keuze om ‘gewoon te vertellen hoe het zit’ zal ongetwijfeld voor- en tegenstanders hebben gekend. De tegenstanders houden vandaag wellicht de kranten met de beurskoersen omhoog: ‘Heb je nou je zin? Ik zei toch dat we het niet moesten doen?’ 

Te vrezen valt dat dit voorbeeld de komende tijd weinig navolging zal krijgen en dat (nog) voorzichtiger omgegaan wordt met het naar buiten brengen van wat er werkelijk aan de hand is.

Te hopen valt dat we op langere termijn terug kunnen kijken op deze case, als een eerste teken van verandering. Een eerste moedige poging om niet te buigen voor die korte termijn reacties, maar te handelen vanuit de overtuiging dat eerlijkheid en transparantie, ook en juist op dit soort onderwerpen, de betrouwbaarheid op lange termijn vergroot en daarmee de continuïteit van een onderneming dient.
 
De toekomst zal uitwijzen of Ton Büchner dan nog steeds de Loser is waarvoor hij nu zo kortzichtig wordt uitgemaakt...

donderdag 23 augustus 2012

Patroonherkenning (Modellenbingo 3)

Dat ons vak bol staat van de Modellen is geen nieuws. Vooral de 2-assen-4-kwadranten-versies zijn populair, ik schreef er al eerder over. Allemaal niet zo erg als je ze maar met de nodige luchtigheid weet te relativeren. Want het vervelende van de 2-assen-4-kwadranten-modelletjes is dat ze de inhoud al vastleggen. De modelbouwer heeft bepaald welke assen relevant zijn (en dus ook welke niet). Je bekijkt de werkelijkheid door een heel beperkte bril, die je ook nog eens door een ander wordt opgezet. Eigenlijk is het niet eens een bril, maar een set oogkleppen…

Hetzelfde geldt voor de ‘typologie-indelingen’. Ook daar krioelt het van. En al ontstijgen ze vaak de 4 kwadranten, er is altijd een beperkte set van mogelijkheden om uit te kiezen. Een vragenlijst bepaalt tot welk type je behoort, of wat je ‘persoonlijk profiel’ is als combinatie van de verschillende types. Bekende voorbeelden zijn de 9 typen uit het Enneagram, de Waardenkleuren uit Spiral Dynamics (en daarvan afgeleide varianten als Management Drives, WaardenManagement etc), de Denkhoeden van de Bono, of de Teamrollen van Belbin.

Maar stel nu dat ik mezelf, op basis van zelfkennis en feed-back van anderen, zou omschrijven als een typische ‘Cameraman’. Nooit op de voorgrond in groepen, maar wel alles goed registrerend. Met het vermogen om in te zoomen op details, maar ook in staat om in een ‘totaalshot’ het hele plaatje te overzien. En met oog voor perspectief, voor het effect van verschillende standpunten en invalshoeken. Klinkt best aannemelijk, toch?

Het probleem is dat een trainer/coach bij het lezen van de uitslag van mijn ‘Belbin-test’ nooit verbaasd zal uitroepen: ‘Niet te geloven! Je valt buiten de beschreven rollen en je blijkt een echte Cameraman!’ Dat kan niet. De Cameraman is als optie niet in het model gestopt en kan er dus ook nooit uitkomen. Ik zal het altijd moeten doen met een door Belbin voorgekookte rol als ‘Bedrijfsman’, ‘Waarschuwer’ of ‘Plant(!)’ of, als het model er echt geen chocola van kan maken, met een vage combinatie daarvan. Maar dan nog zal dat voor de ware Belbin-believer geen reden zijn om te twijfelen. Conclusie is dan waarschijnlijk: ‘Interessant, je bent aanspreekbaar op meerdere rollen’.

Leuker dan dit soort ‘Gesloten Modellen’ zijn daarom de ‘Open’ varianten.  Ze geven geen beperkte opsomming van typen of stijlen, maar zijn ‘slechts’ een instrument om je eigen type te definieren. Ze laten de inhoud over aan jou als gebruiker. Zo word je bij Kernkwaliteiten vanuit een zelfgekozen Kwaliteit door het model ‘geleid’ naar je Valkuil (doorgeschoten variant van) of Allergie (negatief tegenovergestelde van).

Het krachtigste voorbeeld van een ‘open’ model vind ik de ‘Archetypen’ van Senge. Hij beschrijft in zijn boek ‘De 5e Discipline’ een aantal veel voorkomende patronen in organisaties. In elkaar grijpende oorzaak-gevolg-relaties die ervoor zorgen dat problemen hardnekkig blijven terugkeren. Die patronen heeft hij gevisualiseerd en beschreven. Zo laat hij in ‘Afschuiven van de last’ zien dat het doen van logische en voor de hand liggende ingrepen het (onderliggende) probleem vaak juist versterkt. Het schieten in korte termijn oplossingen zorgt er immers voor dat de noodzaak om te onderzoeken wat er echt aan de hand is weer even verdwijnt.

Voorbeeld: als manager controleer je, om fouten te voorkomen, alle offertes voordat ze naar de klant gaan. Dat lijkt maar goed ook, want je vindt altijd wel wat! Je scherpe blik zorgt er helaas wel voor dat de hele afdeling erop vertrouwt dat jij alle onvolkomenheden, hoe klein ook, er wel uit zult halen. En dus blijven ze fouten maken...

Hoe succesvoller de korte termijn aanpak, hoe groter de remmende werking op de structurele oplossing. Het veroorzaakt een ‘verslavingscyclus’ van eeuwigdurend brandjes blussen. En helaas wordt de rol van ‘Brandweerman’ ook nog eens hogelijk gewaardeerd in de meeste organisaties. Veel managers, professionals en adviesburo’s ontlenen er met plezier en succes hun status aan...

Heb je eenmaal oog voor dit soort patronen dan vallen heel veel verschillende inhoudelijke vraagstukken opeens op hun plek. En het visualiseren en boven tafel halen van het patroon is een eerste waardevolle stap in het vergroten van de kans om het ooit te doorbreken. Arend Ardon schreef er recent een helder en praktisch boek over.

Systemisch kijken, patronen leren herkennen en terugkerende cirkels doorbreken. Dat is leren en veranderen van een andere orde. Natuurlijk vormt ‘systemisch kijken’ in zichzelf ook weer een aparte, beperkte bril. Maar dan wel een soort ‘multifocale’, waar je (ik) weer een tijdje mee vooruit kunt…

vrijdag 13 juli 2012

Morele crisis


‘Toezichthouder faalt’ is een krantenkop die bijna wekelijks terug lijkt te keren. Of het nu gaat om het toezicht op banken, pensioenfondsen, woningcorporaties, telecombedrijven, scholen, kinderopvang of ziekenhuizen. Het maakt niet uit. Als er ergens weer een nieuw schandaal opduikt wordt met de beschuldigende vinger steeds vaker naar De Toezichthouder gewezen.  In de parlementaire enquête naar de bankencrisis verbaasde het me al dat Nout Wellink (destijds directeur van DNB) er uiteindelijk in de publieke opinie slechter af leek te komen dan de gemiddelde bankdirecteur, of lid van de RvC van diezelfde banken. Iemand had het moeten zien aankomen, iemand had moeten ingrijpen. En omdat  De Toezichthouder speciaal daarvoor in het leven is geroepen, gaat veel aandacht uit naar deze sluitpost van de hele keten aan risicovolle ambities, beslissingen en transacties.


Het is alsof je je geweten, je moraal uitbesteedt aan een derde partij. Voor kleine kinderen is daar nog iets voor te zeggen. Zij hebben het, juist voor de vorming van een eigen geweten nodig om hun grenzen op te zoeken. Aan ouders en andere opvoeders de taak om die grenzen telkens liefdevol aan te geven. Net zolang tot de basis, de essentie daarvan geïnternaliseerd raakt en het kind zichzelf ‘tot de orde kan roepen’. Elke ouder hoort zichzelf daarbij vroeg of laat een aantal kernachtige clichés herhalen. Algemene spelregels die op tal van situaties toepasbaar zijn.  Zo hoef je niet elke keer uit te leggen wat wel en niet mag…


In het veld van toezichthouders bestaat een vergelijkbaar levendig debat over ‘Principle based’ toezicht ten opzichte van ‘Rule-based’. Liever geen onuitputtelijke lijst van regeltjes en procedures waarop gecontroleerd moet worden, maar heldere, robuuste principes die in de weerbarstige praktijk voldoende houvast bieden om je oordeel op te baseren. Een compacte set van vuistregels die behalve de toezichthouder ook elke werknemer, elke manager, elke directeur, elk lid van een RvC kan doorgronden en toepassen. Bedrijven en organisaties worden immers gerund door weldenkende volwassenen en niet door kleine kinderen, toch?


Recent bericht: Een chemisch bedrijf houdt zich jaar in jaar uit niet aan de wettelijke veiligheidseisen. Er blijken regelmatig zwaar giftige stoffen te lekken. De toezichthouder geeft na herhaaldelijk waarschuwen een boete. Het bedrijf blijkt zich te hebben verzekerd voor dit soort onkosten. De verzekeraar daagt de toezichthouder voor de rechter en wint, omdat er ergens procedurefouten zijn gemaakt, de zaak. Ze krijgen hun geld terug. De gemeenschap betaalt uiteindelijk dus de rekening. De krantenkop laat zich raden en gevraagd om commentaar laten betrokkenen slechts weten dat in hun ogen het recht heeft gezegevierd.


Als je werkelijk vindt dat alles geoorloofd is, zolang niet expliciet en op procedureel juiste wijze aangetoond wordt dat het strafbaar is, dan zit er ergens een moreel steekje los. Dan is er geen financiële, geen banken-, geen schulden- geen klimaat- en geen euro-crisis. Dan is er bovenal een morele crisis.


Misschien valt er iets te leren van de Sport. Natuurlijk is er ook daar wel eens commentaar op de ‘toezichthouder’ in de persoon van de doping-controleur. Maar de ijzeren volharding waarmee het Tourpeloton nu al jarenlang binnenstebuiten wordt gekeerd en het wederom verder opschroeven van het aantal dopingcontroles op de Olympische Spelen (tot ca 6000!) lijkt langzaam maar zeker zijn vruchten af te werpen. Het aantal ‘positieve gevallen’ daalt. Door zware druk van buitenaf wordt de topsport stap voor stap weer wat schoner. Toch is iedereen het over een ding eens: Sancties werken, maar de werkelijk ambitie om de sport weer gezond te maken moet van binnenuit komen. Van sporters, van ploegleiders, van de medische staf, van sponsors.


‘Als Lance Armstrong nu eindelijk toegeeft dat hij heeft gepakt, dan zouden we een tijdperk kunnen afsluiten en werkelijk met een schone lei kunnen beginnen’, was de verzuchting van een aantal wielercommentatoren. Zou hij het willen? Zou hij het kunnen? Zou hij het durven? Wie weet zou hij de eerste kunnen zijn van een hele reeks. Een rolmodel voor het doorbreken van Morele Crisis. Maar voorlopig spande ook hij slechts een rechtszaak aan tegen de Amerikaanse doping-toezichthouder Usada (die hij overigens verloor).


De Toezichthouder de schuld geven van misstanden in de branche is makkelijk en verleidelijk. Maar het ware Toezicht zit in jezelf. ‘Ik heb geleerd dat je nooit moet beleggen in dingen die je niet begrijpt’. Citaat van een waterschapspoliticus, die nog enigszins (maar tevergeefs) tegengas gaf toen het nutsbedrijf SNB zich op het gladde ijs van de derivatenhandel begaf, wat uiteindelijk leidde tot een verlies op de balans van 209 miljoen euro.


Als elke verantwoordelijke professional, manager, directeur of lid van de RvC op basis van dergelijke vuistregels zijn rug recht zou houden hebben we geen Toezichthouders nodig.


Tot die tijd moesten we er maar zuinig op zijn…

vrijdag 29 juni 2012

Baakopia


De Baak is ruim 60 jaar geleden opgericht om een nieuwe generatie leidinggevenden op te leiden. Met meer oog voor de ‘factor mens’ in organisaties: ‘The human side of enterprise’. Wanneer ik met deelnemers door ons pand in Noordwijk loop begint er vaak iemand spontaan te vertellen over een vader, oom, of opa (inderdaad: zelden een moeder of oma) die nog ‘wekenlang intern in Noordwijk’ heeft gezeten en daar met eerbied en heimwee over spreekt. Groep na groep werd er getraind, ‘gekneed’ naar het moderne beeld van ‘De Nieuwe Manager’. Het was een eer om namens je bedrijf geselecteerd te worden voor ‘de Baak’. En wanneer een organisatie om een of andere reden een jaar wat minder deelnemers had gestuurd, ging er een verontschuldigend telefoontje naar ons. (Ook wij denken er inderdaad wel eens met heimwee aan terug…)


Het pand aan de Astridboulevard paste perfect bij die opdracht: weg van de hectiek, in de rust en de ruimte van het nabije strand zicht krijgen op het Vak van Manager.


Tijden veranderen en Leren kreeg een steeds persoonlijker, individueler karakter. Niet het bedrijf waar je werkt bepaalt wat je als manager, als professional moet leren, maar het dwingende appel werd om ‘het beste uit jezelf te halen’. 'Jij bepaalt je eigen persoonlijke ontwikkeling. Ga op zoek naar onbenut potentieel, maak gebruik van je innerlijke vermogens en latente talenten'. Dat vraagt niet om ervaren docenten voor de groep, maar om speelse en uitdagende programma’s, waarbinnen je experimenteert, nieuw terrein verkent en nooit eerder bewandelde paden ontdekt. Zelflerend vermogen, Leren Leren, ontwikkeling ‘beyond knowledge’. We zetten het nog dagelijks in onze offertes.


Het Landgoed in Driebergen past perfect bij die opdracht. In een verrassende omgeving, omringd door Kunst en bijzondere architectuur, verdwaal je via de Learning Lane in een aantal hectare bos. Om er met onvermoede inzichten en hervonden energie weer uit te komen.


Hoe ziet het leren van de toekomst eruit? Het lijkt niet gewaagd om te concluderen dat de grenzen van organisaties vervagen, evenals de grens tussen werk en prive. Het aantal ZZP-ers groeit nog steeds en Het Nieuwe Werken maakt plaats, tijd en ruimte tot relatief onbelangrijke begrippen. Werken = Leren en Leren = Werken. Niet de organisatie is de norm voor wat er geleerd moet worden. Niet het individu is de norm voor wat er ontwikkeld kan worden. Maar de steeds diffusere relatie tussen organisatie en individu staat model voor hoe er geleerd gaat worden. Anytime, anywhere, anyplace.


Waarom dan nog aparte ‘Leer-Lokaties’? Waarom zou je bij de Baak niet kunnen Werken? Waarom zou je bij de Baak niet kunnen Wonen? Een fraai appartement aan het strand, gecombineerd met een ‘Hub’ voor zakelijke activiteiten, direct naast een ontmoetingsplaats voor ondernemers, kunstenaars, wetenschappers en andere enthousiastelingen. Waar? Noordwijk lijkt me een prima plek ;-) Paar aanpassingen en we transformeren het tot Baakopia. Kyteman heeft vast wel weer wat goeie tips….

vrijdag 15 juni 2012

Statusladder van het Schoolplein


Vorig weekend was ik bij een reünie van de middelbare school in Breda. Van nature ben ik niet zo’n reünie-type, maar een voormalig klasgenoot had via mail en LinkedIn ‘ons groepje’ van tevoren al benaderd om allemaal te komen.

We hadden afgesproken bij Het Hek. Wat al bijzonder was, want daar hadden we vroeger niks te zoeken. Die verzamelplek was voorbehouden aan het populaire  deel van de schoolbevolking. Wij bevonden ons destijds in een subcultuur van ‘volleyballende fietsvakantiegangers’ (braaf sportief), met uitstapjes naar de groep ‘NAC-bezoekende anti-elitairen’ (B-side Gymnasiasten). Een bescheiden, maar prima plek halverwege de Statusladder van het Schoolplein: een sociale ordening die meestal in de eerste week van de brugklas al ontstaat en is opgebouwd uit A-tjes, B-tjes en C-tjes. Het werkt als volgt:

De A-tjes vinden elkaar snel. Populair, graag gezien, knap, gewend aan aandacht en met een vanzelfsprekende aanwezigheid. A-tjes bepalen zelf wie er bij de A-tjes horen en vooral wie niet. Uitsluiting werkt immers statusverhogend. Heeft deze ‘kopgroep’ zich gezet, dan is er een hoge toetredingsdrempel. De A-status is een schaars goed.

Aan de andere kant van het spectrum verzamelen zich de C-tjes. De minder bedeelden, de muurbloempjes, de onzichtbare onopvallenden. Niemand ziet ze staan, maar ze herkennen zich moeiteloos in elkaars lot en schikken zich zonder verzet in hun lage status. Beter samen onderaan de ladder dan alleen.

Daartussen bewegen zich de B-tjes. De tussenklasse. Niet goed genoeg voor de top, maar duidelijk wel een treetje hoger dan de onderlaag. Waar ze niet bijhoren is duidelijker dan wat hen onderling bindt. Een divers gezelschap. Met de meeste bewegingsruimte. Je kunt als B-tje met een beetje mazzel prima ‘on speaking terms’ blijven met iedereen, ook met de A-tjes. Als je ze maar met een paar goed getimede complimentjes hun status gunt. En de C-tjes zullen je natuurlijk graag ontvangen. Eindelijk bezoek uit een hogere klasse. Niet te vaak doen anders zuigen ze zich aan je vast en trekken je status naar beneden. Zo kun je als B-tje alle opties open houden en leer je meteen het Spel een beetje doorzien. Groepsdynamica voor beginners.

Dat is de harde wet van het schoolplein. En hij werkt door in ons vak. Vraag deelnemers van een trainingsgroep om zelf sub-/intervisiegroepjes te maken en je zult zien dat zich voor je ogen precies hetzelfde patroon voltrekt. Het interessante van ons vak is dat je er dan wel direct op kunt reflecteren, dat je met elkaar kunt onderzoeken wat er gebeurt en waarom. Niet zelden levert het heftige herkenningsreacties op van deelnemers die teruggaan naar… inderdaad: het Schoolplein.

Bij het betreden van ons eigen schoolplein viel me op hoe gemakkelijk we zelf weer terugschoten in ons scholierengedrag. En in de onderlinge sociale verhoudingen met de rest. Zo waren we opeens een lid van ons clubje kwijt. Bleek even ‘geclaimd’ door een A-tje en ‘mocht’ daarna weer terug naar ons groepje. Aan de andere kant hadden we een C-tje iets te enthousiast begroet en vroegen we ons even later (schaamtevol) af hoe we nu weer van hem af konden komen.

De harde realiteit van het schoolplein laat zich niet ontkennen of oplossen met mooie voornemens of valse beloftes. AleidTruijens schreef er ook al eens over in haar column. En de Statusladder kom je na je schooltijd met enige regelmaat weer tegen. Weten hoe het werkt geeft je wel de mogelijkheid om in een andere context het Spel slimmer te spelen en waar mogelijk te beïnvloeden in je eigen of andermans voordeel.

Oog hebben voor het patroon neemt de spanning niet weg, maar maakt het wel hanteerbaarder. Trainen gaat in essentie over het ontwikkelen van dat soort vermogens. Ik vermoed dat veel trainers een B-tjes achtergrond hebben…

vrijdag 1 juni 2012

Oppervlakkigheid is de nieuwe Diepgang

Het boek van Nicholas Carr ’het Ondiepe’ is geschreven als een stevige, gefundeerde waarschuwing tegen de effecten van veelvuldig internet-gebruik op ons brein. Kern is dat de vluchtige, springerige en ‘dwingende’ manier waarop internet en social media onze aandacht versnipperen, onuitwisbare sporen nalaat in de fysiologie van onze hersenen. We gaan er letterlijk anders door denken. Ons hele functioneren raakt erdoor beïnvloed. Ons vermogen tot langdurige concentratie neemt dramatisch af. Een boek lezen kost steeds meer moeite, bemerkte Carr uit eigen ervaring. We verliezen er daarom iets kostbaars mee, is zijn boodschap. Internet maakt ons misschien niet per se dommer, maar wel oppervlakkiger.

In een filmpje van EenVandaag is de reactie te zien van enkele bezoekers van zijn lezing in ‘het hol van de leeuw’: de social media club in Rotterdam. Samenvattend was hun oordeel: ‘interessante man die Carr, en hij heeft vast gelijk, maar What’s the Problem?’

Alessandro Baricco gaat in ‘De barbaren’ dan ook een stap verder dan Carr. Hij probeert dwars door zijn initiële, natuurlijke aversie tegen de oprukkende oppervlakkigheid heen, zicht te krijgen op het fenomeen, op het proces dat zich onstuitbaar voltrekt. Een proces waarin veel zaken die leunen op een lange traditie, op koestering van vakmanschap en ervaring vervangen worden door ‘plattere’ varianten daarvan. Zijn intrigerende boodschap is niet dat we ons moeten wapenen tegen de verderfelijke invloed van oprukkende, oppervlakkige ‘barbaren’. Onmogelijk. De mensheid zelf muteert langzaam naar een nieuwe ‘soort’. De ‘Barbaar’ ontwikkelt zich nu al in elk van ons. (In een interview met Frans Timmermans legt hij uit hoe zelfs de column-achtige opzet van zijn eigen boek en de door de uitgever gekozen titel ‘De barbaren’ (hij dacht zelf eerder aan ‘Mutanten’) Barbaarse manieren zijn om een breder lezerspubliek te bereiken.)

Voor de heersende generatie (lees: voor Nicholas Carr) is dat een zeer confronterend gegeven. Voor hen is Diepgang nog een voorwaarde voor Echtheid, Kwaliteit, Wijsheid etc. Oppervlakkigheid is als tegenovergestelde daarvan per definitie verwerpelijk.
Maar voor de nieuwe generatie ‘Barbaren’ zit alle betekenis, zit de essentie juist in voortdurende Beweging en Verbinding. Surfen aan de oppervlakte in plaats van een duik nemen in de Diepte.
Baricco (blz 106): ‘Het idee dat ‘begrijpen’ en ‘weten’ betekenen dat je diep in moet gaan op dat wat we bestuderen, tot we de essentie ervan bereiken, is een mooi idee dat aan het uitsterven is; daarvoor in de plaats komt de instinctieve overtuiging dat het wezen van de dingen niet een punt is maar een baan, dat het niet in de diepte verborgen zit maar aan de oppervlakte verspreid ligt, dat het niet binnen in de dingen schuilt, maar zich vertakt aan de buitenkant ervan, waar ze daadwerkelijk beginnen, dat wil zeggen overal’

Oppervlakkigheid is de nieuwe Diepgang.

Eerlijk is eerlijk: ook voor mij is dit een pijnlijke, moeilijk te verdragen conclusie. Om nog maar te zwijgen over de consequenties ervan voor ons Vak. Trainen zonder Diepgang. Nieuw in ons aanbod: ‘Oppervlakkig Leiderschap’. Oeps.

In navolging van Carr ‘dwing’ ik mezelf dan ook nog steeds regelmatig een Echt Boek te lezen om op die manier mijn aandacht enkele uren geconcentreerd te houden bij 1 thema. Inderdaad: een boek zoals dat van Baricco.

Aan de andere kant is het schrijven van dit soort Blogs daarover het perfecte bewijs voor de stelling dat ook in mij inmiddels een oppervlakkige Barbaar schuilt…