vrijdag 29 juni 2012

Baakopia


De Baak is ruim 60 jaar geleden opgericht om een nieuwe generatie leidinggevenden op te leiden. Met meer oog voor de ‘factor mens’ in organisaties: ‘The human side of enterprise’. Wanneer ik met deelnemers door ons pand in Noordwijk loop begint er vaak iemand spontaan te vertellen over een vader, oom, of opa (inderdaad: zelden een moeder of oma) die nog ‘wekenlang intern in Noordwijk’ heeft gezeten en daar met eerbied en heimwee over spreekt. Groep na groep werd er getraind, ‘gekneed’ naar het moderne beeld van ‘De Nieuwe Manager’. Het was een eer om namens je bedrijf geselecteerd te worden voor ‘de Baak’. En wanneer een organisatie om een of andere reden een jaar wat minder deelnemers had gestuurd, ging er een verontschuldigend telefoontje naar ons. (Ook wij denken er inderdaad wel eens met heimwee aan terug…)


Het pand aan de Astridboulevard paste perfect bij die opdracht: weg van de hectiek, in de rust en de ruimte van het nabije strand zicht krijgen op het Vak van Manager.


Tijden veranderen en Leren kreeg een steeds persoonlijker, individueler karakter. Niet het bedrijf waar je werkt bepaalt wat je als manager, als professional moet leren, maar het dwingende appel werd om ‘het beste uit jezelf te halen’. 'Jij bepaalt je eigen persoonlijke ontwikkeling. Ga op zoek naar onbenut potentieel, maak gebruik van je innerlijke vermogens en latente talenten'. Dat vraagt niet om ervaren docenten voor de groep, maar om speelse en uitdagende programma’s, waarbinnen je experimenteert, nieuw terrein verkent en nooit eerder bewandelde paden ontdekt. Zelflerend vermogen, Leren Leren, ontwikkeling ‘beyond knowledge’. We zetten het nog dagelijks in onze offertes.


Het Landgoed in Driebergen past perfect bij die opdracht. In een verrassende omgeving, omringd door Kunst en bijzondere architectuur, verdwaal je via de Learning Lane in een aantal hectare bos. Om er met onvermoede inzichten en hervonden energie weer uit te komen.


Hoe ziet het leren van de toekomst eruit? Het lijkt niet gewaagd om te concluderen dat de grenzen van organisaties vervagen, evenals de grens tussen werk en prive. Het aantal ZZP-ers groeit nog steeds en Het Nieuwe Werken maakt plaats, tijd en ruimte tot relatief onbelangrijke begrippen. Werken = Leren en Leren = Werken. Niet de organisatie is de norm voor wat er geleerd moet worden. Niet het individu is de norm voor wat er ontwikkeld kan worden. Maar de steeds diffusere relatie tussen organisatie en individu staat model voor hoe er geleerd gaat worden. Anytime, anywhere, anyplace.


Waarom dan nog aparte ‘Leer-Lokaties’? Waarom zou je bij de Baak niet kunnen Werken? Waarom zou je bij de Baak niet kunnen Wonen? Een fraai appartement aan het strand, gecombineerd met een ‘Hub’ voor zakelijke activiteiten, direct naast een ontmoetingsplaats voor ondernemers, kunstenaars, wetenschappers en andere enthousiastelingen. Waar? Noordwijk lijkt me een prima plek ;-) Paar aanpassingen en we transformeren het tot Baakopia. Kyteman heeft vast wel weer wat goeie tips….

vrijdag 15 juni 2012

Statusladder van het Schoolplein


Vorig weekend was ik bij een reünie van de middelbare school in Breda. Van nature ben ik niet zo’n reünie-type, maar een voormalig klasgenoot had via mail en LinkedIn ‘ons groepje’ van tevoren al benaderd om allemaal te komen.

We hadden afgesproken bij Het Hek. Wat al bijzonder was, want daar hadden we vroeger niks te zoeken. Die verzamelplek was voorbehouden aan het populaire  deel van de schoolbevolking. Wij bevonden ons destijds in een subcultuur van ‘volleyballende fietsvakantiegangers’ (braaf sportief), met uitstapjes naar de groep ‘NAC-bezoekende anti-elitairen’ (B-side Gymnasiasten). Een bescheiden, maar prima plek halverwege de Statusladder van het Schoolplein: een sociale ordening die meestal in de eerste week van de brugklas al ontstaat en is opgebouwd uit A-tjes, B-tjes en C-tjes. Het werkt als volgt:

De A-tjes vinden elkaar snel. Populair, graag gezien, knap, gewend aan aandacht en met een vanzelfsprekende aanwezigheid. A-tjes bepalen zelf wie er bij de A-tjes horen en vooral wie niet. Uitsluiting werkt immers statusverhogend. Heeft deze ‘kopgroep’ zich gezet, dan is er een hoge toetredingsdrempel. De A-status is een schaars goed.

Aan de andere kant van het spectrum verzamelen zich de C-tjes. De minder bedeelden, de muurbloempjes, de onzichtbare onopvallenden. Niemand ziet ze staan, maar ze herkennen zich moeiteloos in elkaars lot en schikken zich zonder verzet in hun lage status. Beter samen onderaan de ladder dan alleen.

Daartussen bewegen zich de B-tjes. De tussenklasse. Niet goed genoeg voor de top, maar duidelijk wel een treetje hoger dan de onderlaag. Waar ze niet bijhoren is duidelijker dan wat hen onderling bindt. Een divers gezelschap. Met de meeste bewegingsruimte. Je kunt als B-tje met een beetje mazzel prima ‘on speaking terms’ blijven met iedereen, ook met de A-tjes. Als je ze maar met een paar goed getimede complimentjes hun status gunt. En de C-tjes zullen je natuurlijk graag ontvangen. Eindelijk bezoek uit een hogere klasse. Niet te vaak doen anders zuigen ze zich aan je vast en trekken je status naar beneden. Zo kun je als B-tje alle opties open houden en leer je meteen het Spel een beetje doorzien. Groepsdynamica voor beginners.

Dat is de harde wet van het schoolplein. En hij werkt door in ons vak. Vraag deelnemers van een trainingsgroep om zelf sub-/intervisiegroepjes te maken en je zult zien dat zich voor je ogen precies hetzelfde patroon voltrekt. Het interessante van ons vak is dat je er dan wel direct op kunt reflecteren, dat je met elkaar kunt onderzoeken wat er gebeurt en waarom. Niet zelden levert het heftige herkenningsreacties op van deelnemers die teruggaan naar… inderdaad: het Schoolplein.

Bij het betreden van ons eigen schoolplein viel me op hoe gemakkelijk we zelf weer terugschoten in ons scholierengedrag. En in de onderlinge sociale verhoudingen met de rest. Zo waren we opeens een lid van ons clubje kwijt. Bleek even ‘geclaimd’ door een A-tje en ‘mocht’ daarna weer terug naar ons groepje. Aan de andere kant hadden we een C-tje iets te enthousiast begroet en vroegen we ons even later (schaamtevol) af hoe we nu weer van hem af konden komen.

De harde realiteit van het schoolplein laat zich niet ontkennen of oplossen met mooie voornemens of valse beloftes. AleidTruijens schreef er ook al eens over in haar column. En de Statusladder kom je na je schooltijd met enige regelmaat weer tegen. Weten hoe het werkt geeft je wel de mogelijkheid om in een andere context het Spel slimmer te spelen en waar mogelijk te beïnvloeden in je eigen of andermans voordeel.

Oog hebben voor het patroon neemt de spanning niet weg, maar maakt het wel hanteerbaarder. Trainen gaat in essentie over het ontwikkelen van dat soort vermogens. Ik vermoed dat veel trainers een B-tjes achtergrond hebben…

vrijdag 1 juni 2012

Oppervlakkigheid is de nieuwe Diepgang

Het boek van Nicholas Carr ’het Ondiepe’ is geschreven als een stevige, gefundeerde waarschuwing tegen de effecten van veelvuldig internet-gebruik op ons brein. Kern is dat de vluchtige, springerige en ‘dwingende’ manier waarop internet en social media onze aandacht versnipperen, onuitwisbare sporen nalaat in de fysiologie van onze hersenen. We gaan er letterlijk anders door denken. Ons hele functioneren raakt erdoor beïnvloed. Ons vermogen tot langdurige concentratie neemt dramatisch af. Een boek lezen kost steeds meer moeite, bemerkte Carr uit eigen ervaring. We verliezen er daarom iets kostbaars mee, is zijn boodschap. Internet maakt ons misschien niet per se dommer, maar wel oppervlakkiger.

In een filmpje van EenVandaag is de reactie te zien van enkele bezoekers van zijn lezing in ‘het hol van de leeuw’: de social media club in Rotterdam. Samenvattend was hun oordeel: ‘interessante man die Carr, en hij heeft vast gelijk, maar What’s the Problem?’

Alessandro Baricco gaat in ‘De barbaren’ dan ook een stap verder dan Carr. Hij probeert dwars door zijn initiële, natuurlijke aversie tegen de oprukkende oppervlakkigheid heen, zicht te krijgen op het fenomeen, op het proces dat zich onstuitbaar voltrekt. Een proces waarin veel zaken die leunen op een lange traditie, op koestering van vakmanschap en ervaring vervangen worden door ‘plattere’ varianten daarvan. Zijn intrigerende boodschap is niet dat we ons moeten wapenen tegen de verderfelijke invloed van oprukkende, oppervlakkige ‘barbaren’. Onmogelijk. De mensheid zelf muteert langzaam naar een nieuwe ‘soort’. De ‘Barbaar’ ontwikkelt zich nu al in elk van ons. (In een interview met Frans Timmermans legt hij uit hoe zelfs de column-achtige opzet van zijn eigen boek en de door de uitgever gekozen titel ‘De barbaren’ (hij dacht zelf eerder aan ‘Mutanten’) Barbaarse manieren zijn om een breder lezerspubliek te bereiken.)

Voor de heersende generatie (lees: voor Nicholas Carr) is dat een zeer confronterend gegeven. Voor hen is Diepgang nog een voorwaarde voor Echtheid, Kwaliteit, Wijsheid etc. Oppervlakkigheid is als tegenovergestelde daarvan per definitie verwerpelijk.
Maar voor de nieuwe generatie ‘Barbaren’ zit alle betekenis, zit de essentie juist in voortdurende Beweging en Verbinding. Surfen aan de oppervlakte in plaats van een duik nemen in de Diepte.
Baricco (blz 106): ‘Het idee dat ‘begrijpen’ en ‘weten’ betekenen dat je diep in moet gaan op dat wat we bestuderen, tot we de essentie ervan bereiken, is een mooi idee dat aan het uitsterven is; daarvoor in de plaats komt de instinctieve overtuiging dat het wezen van de dingen niet een punt is maar een baan, dat het niet in de diepte verborgen zit maar aan de oppervlakte verspreid ligt, dat het niet binnen in de dingen schuilt, maar zich vertakt aan de buitenkant ervan, waar ze daadwerkelijk beginnen, dat wil zeggen overal’

Oppervlakkigheid is de nieuwe Diepgang.

Eerlijk is eerlijk: ook voor mij is dit een pijnlijke, moeilijk te verdragen conclusie. Om nog maar te zwijgen over de consequenties ervan voor ons Vak. Trainen zonder Diepgang. Nieuw in ons aanbod: ‘Oppervlakkig Leiderschap’. Oeps.

In navolging van Carr ‘dwing’ ik mezelf dan ook nog steeds regelmatig een Echt Boek te lezen om op die manier mijn aandacht enkele uren geconcentreerd te houden bij 1 thema. Inderdaad: een boek zoals dat van Baricco.

Aan de andere kant is het schrijven van dit soort Blogs daarover het perfecte bewijs voor de stelling dat ook in mij inmiddels een oppervlakkige Barbaar schuilt…

woensdag 16 mei 2012

Tragedie

Een paar weken geleden hoorde ik Boele Staal (voorzitter van de NVB), in een interview op radio 1 zeggen: ‘De bankiers zijn na het uitbreken van de crisis natuurlijk diep door het stof gegaan’.

‘O ja?’ zei ik hardop, alleen in mijn auto. ‘Waar en wanneer was dat dan? Daar had ik graag bij willen zijn!



Ook Hans Achterhuis verbaast zich in Filosofie Magazine over het gebrek aan ‘boetedoening’ door o.a. de financiële sector over de oorzaken en gevolgen van de crisis..
Het lijkt mede daarom dat elk signaal over het voortzetten van de bonus-praktijk, de graaicultuur, de terugkeer naar ‘business as usual’ steeds opnieuw op felle reacties stuit. Vandaag weer het bericht over gepensioneerde ING-directeuren die via de rechter indexatie van hun (riante) pensioenen eisen ter waarde van ettelijke miljoenen.

Natuurlijk zijn de banken niet de veroorzakers van alle ellende. Maar helemaal schone handen hebben ze ook niet. Eerlijke reflectie op hun rol in het geheel lijkt op zijn plaats. Het Sustainable Finance Lab  deed en doet een zorgvuldige poging om de totale context bloot te leggen waarin de crisis heeft kunnen ontstaan, met als doel om daar stevige, waar nodig radicale lessen uit te trekken. Maar ook dat is niet het platform gebleken voor bankdirecties om open en eerlijk verantwoording af te leggen.

Waarom wil ik (en met mij vele anderen) dat dan zo graag? Is het alleen maar om iemand de schuld te kunnen geven? Is het misplaatste rancune, omdat uiteindelijk iedereen, inclusief ikzelf, heeft meegesurfd op de golven van ongebreideld, utopisch marktdenken?

Vorige week was ik bij de toneeluitvoering van ‘De Prooi’ over de opkomst en ondergang van Rijkman Groenink bij ABN Amro. Ik verbeeldde me dat ik in de zaal twee soorten ‘lachen’ hoorde. Dat van bankiers en dat van hun klanten. Maar de lach was ook gezamenlijk. Zij aan zij in het publiek. Het was een mooie voorstelling, met alle kenmerken van een Griekse (!) Tragedie: Herkenbare personages die aan hun eigen karakterfouten ten onder gaan. Voor mij werkte die herkenning ‘verzachtend’. En via de rol van ‘coach Erik’ ook nog prettig ontnuchterend. Erik slaat net zolang coach-clichés uit, tot Rijkman Groenink er genoeg van heeft en hem wegjaagt. Toneel als spiegel van je eigen Vak. Toneel vanuit de oorspronkelijke doelstelling: Katharsis, loutering voor de toeschouwers. Als het die functie ook maar enigszins had voor de bankiers in de zaal is dat misschien de vorm die we nodig hebben. Theater als platform voor (openbare) reflectie.

Op de Learning Lane spelen  we waarschijnlijk ons eigen toneelstuk over het Trainersvak nog een keer.  Ik zie er naar uit. Hoe meer collega’s in de zaal, hoe beter. Met hen hebben we een aansluitende dialoog over de ‘mores’ van ons vak en over de grenzen die je stelt aan je eigen handelen.

Als ik onze bankiers iets gun is het dat: een theatrale setting die de dialoog over de ethische aspecten van het vak faciliteert. Met de Karakters zowel op het podium als in de zaal. De Baak is van oudsher een ontmoetingsplaats, een platform voor dialoog. Met de opening van het Maitland theater  in Driebergen is daarvoor een prachtig ‘decor’ bijgekomen.

Kortom: dit is een uitnodiging aan alle Bankiers om het podium te zoeken en te delen, om toeschouwer en actor tegelijk te zijn, om te komen Spelen met hun Vak. Het nieuwe theater van de Baak: Playground Maitland is beschikbaar!

donderdag 26 april 2012

We zijn ons verhaal

Voor ons vak maakt het nogal verschil hoe je tegen het ‘verschijnsel mens’ aankijkt. In een eerdere Blog: ‘Filosofie van het Trainen’ kwam ik in een snelle ordeningspoging al tot 6 behoorlijk uiteenlopende invalshoeken. Allemaal met hun eigen aanhangers, goeroe’s, modellen en boeken, maar vooral met hun eigen instrumentarium.
Is er eentje van waar en de rest niet? Dat lijkt me sterk. Of in elk geval lijkt het te vroeg voor een dergelijk stellig oordeel. Zijn ze allemaal een beetje waar? Ook dat is niet erg waarschijnlijk. Daarvoor zijn de verschillen weer te groot.


Als laatste en favoriete variant noemde ik onszelf een Verhaal. Rik Smits schreef een heel leesbaar boek (Dageraad: Hoe taal de mens maakte) over de cruciale rol die de ontwikkeling van Taal speelde in de geschiedenis van de mens. Taal gaf de mens een ‘binnenwereld’. Een oneindig intern universum van gedachten. Door Taal konden we met onszelf in gesprek. Eigenlijk zijn we in zijn ogen niets anders dan ‘naar binnen geslagen Taal’. We zijn een verhaal dat we over onszelf geconstrueerd hebben.

Onze hersenen lijken dat sowieso voortdurend te doen: verklaringen, verhalen maken bij onze gedragingen. Niet vooraf, maar achteraf. Als een soort ‘commentaar bij de wedstrijd’. Kort gezegd: we denken niet: ik ben bang, dus ik moet gaan rennen. Maar: mijn benen zijn aan het rennen, dus kennelijk ben ik bang. De lichamelijke ervaring gaat aan de ‘bedachte’ ervaring vooraf.

Over een langere periode zou eveneens kunnen gelden dat we ons Grote Verhaal, ons zelfbeeld, onze identiteit, construeren aan de hand van wat we onszelf allemaal hebben zien doen, hebben horen zeggen etc. We ordenen dat wat ons overkomt en dat waarover we zelf hebben besloten tot een eigen subjectief Verhaal. Achterom kijkend kunnen we constateren dat we ‘kennelijk iemand zijn die …. vindt, doet, voelt, teweeg brengt, over zichzelf afroept’ etc. En vanuit die wetenschap kunnen we plannen maken over wat we volgens onszelf niet meer of juist wel moeten gaan doen, vinden, voelen, proberen etc..

Terugkijkend zullen we soms een duidelijke rode draad vinden in ons Verhaal, maar daarnaast ook rare tegenstellingen, inconsistenties, elkaar tegensprekende verlangens, oordelen en ambities. We zijn, zover is duidelijk, een vat vol tegenstellingen, waaruit moeilijk te voorspellen is hoe we ons gaan gedragen in nieuwe omstandigheden.
Bovendien missen er soms belangrijke delen en doen we vaak verwoede onderzoekspogingen naar ons eigen verleden om er alsnog een compleet, samenhangend Verhaal van te maken. Programma’s als Spoorloos draaien erop. Mensen die op zoek gaan naar ‘de ontbrekende puzzelstukjes over zichzelf’ en dan ook nog vaak tot hele andere reconstructies komen dan ze vooraf vermoed hadden.
Andersom kunnen gebeurtenissen in het heden je dwingen om het beeld dat je had gemaakt van jezelf bij te stellen. ‘Ik begrijp nu pas waarom ik vroeger altijd zo… deed’. 

We zijn het verhaal dat we over onszelf aan onszelf vertellen.

Je identiteit is in mijn ogen niet iets dat je hebt meegekregen en dat onveranderlijk bij je blijft zolang je leeft. Teveel nadruk op onze gedetermineerdheid heeft als risico dat het onze verantwoordelijkheid ondergraaft.
Maar het is ook niet iets dat je geheel zelf vorm kunt geven. Daarin zit een valse belofte opgesloten die tot grote frustratie en tot veel onnodig verdriet kan leiden.
Het is veel meer een constructie waaraan we ons leven lang blijven knutselen. Die zich actief vormt onder onze handen, maar zonder dat we er ‘de baas’ over zijn.
Filosoof Peter Bieri (beter bekend onder zijn schrijversnaam Pascal Mercier) schrijft erover in zijn boek ‘Handwerk van de Vrijheid, over de ontdekking van de eigen wil’: ‘De toe-eigening van de wil wordt niet in gang gezet door een zelf dat er van tevoren al is. Integendeel, het zelf is iets wat zich pas door de toe-eigening ontwikkelt’.

Je Zelf, je Identiteit als proces. Als resultante van wat jij in jouw context meemaakt en in beweging zet. Als doorlopend product van onderzoek. Als telkens veranderende uitkomst van reflectie op reflectie.
Je eigen Verhaal construeren, vertellen, opschrijven, lezen, onderzoeken, vergelijken en delen met anderen, herschrijven, omkeren, teruglezen, bijwerken zonder dat het ooit af komt.

Mensen helpen en aanmoedigen bij dat proces. Voor mij gaat ons vak daarover.

donderdag 19 april 2012

Trainings-Acteur

Dit weekend stond ik voor het eerst op de planken. Als acteur. Na lang aarzelen en na veel aandringen van vrienden en bekenden ben ik lid geworden van Intra Mintra, een toneelvereniging in Utrecht, waar een goede vriend en oud-collega al jaren speelt.
Ik viel met mijn neus in de boter, want het eerste stuk dat gepland stond zou gaan over Teambuilding. Via improvisatie-repetities wilde de regisseur komen tot een ‘montage-voorstelling’ over de wondere wereld van de ‘bedrijfstrainingen’.
Bingo, we konden dus ook nog eens input leveren voor het script. En daarmee doen wat ik het allerleukst vind: met een kritische knipoog reflecteren op ons Vak.

Het is een heerlijke voorstelling geworden, opgevoerd voor een zaal vol met vrienden, die allemaal wel eens een training hebben gevolgd en (oud-)collega’s, die allemaal wel eens een training hebben gegeven.
Beide groepen vonden de scenes heel herkenbaar. Waarbij de ‘trainers’ meestal opmerkten dat we het natuurlijk wel schromelijk overdreven hadden, terwijl de ‘deelnemers’ enthousiast uitriepen: ‘Zo gaat het Echt!’.

Natuurlijk is het vrij eenvoudig om het hele trainersvak belachelijk te maken. Beetje jargon, beetje uitvergroten: veel meer is er niet voor nodig. Dus om te voorkomen dat het een eenzijdig beeld zou oproepen, zat er als tegenwicht een mooie serieuze scene in, die rechtstreeks uit de praktijk kwam: hoe ga je als trainer om met een deelnemer die niet uit vrije wil is gekomen, maar ‘gestuurd’ is door de baas? Tot onze verbazing leverde de start van die scene ook de nodige lachsalvo’s op. Kennelijk was alleen al de context van het theater genoeg om ook een ‘normale’ trainingssituatie te transformeren tot een hilarisch tafereel. De scheidslijn tussen vakman en charlatan is waarschijnlijk dunner dan we zelf in de gaten hebben.

Als trainer ben je behoorlijk vrij in het scheppen van je eigen compacte universum. Een training is, juist vanwege de aard van het vak een ‘besloten’ aangelegenheid. Het onttrekt zich meestal aan de waarneming van buitenaf. Dan ontstaat ook het risico dat er te weinig gezonde relativering op losgelaten wordt.

‘Ik heb enorm gelachen, maar ben ook wel aan het denken gezet over mijn eigen trainers-praktijk’ zei een collega na afloop. Da’s mooi. Daar was het mij ook een beetje om te doen.
Het toneel als transparant podium voor een vak dat gebaat is bij wat  meer openbare reflectie.

‘Eigen zijn jullie een stelletje nestbevuilers’ zei een andere collega. Da’s ook waar. Maar zelfs dat beschouwde ik als een compliment. Want om je Vak op een prettige manier te kijk te zetten, moet je er wel degelijk echt van houden.

En uiteindelijk is trainen natuurlijk ook een soort acteren, alleen dan met het zaallicht aan….

maandag 9 april 2012

Filosofie van het Trainen


April: maand van de Filosofie. We kunnen er niet om heen. De kranten en bladen staan bol van de artikelen over de Ziel, de vrije wil, de relatie tussen lichaam en geest etc. Filosofie is nog nooit zo populair geweest.
Maar hoe zit dat nu precies in onze branche? Ligt er filosofisch gedachtegoed ten grondslag aan het Trainersvak? En zo ja, wat dan? Waar is al dat trainen eigenlijk precies op gericht? Wat voor mensbeeld schuilt erachter? En welke aannames over ons leer- en ontwikkelvermogen worden daarbij gedaan?
Als ik om mij heen kijk zie ik minimaal zes verschillende varianten, die kort door de bocht neerkomen op de volgende statements (met enkele instrumenten als voorbeeld):

1. Iedereen beschikt over een diepliggende Kern, een Essentie of Ziel. Een soort zuivere, onbeschadigde versie van zichzelf. Een belangrijke doelstelling van trainen is om mensen weer in verbinding te brengen met die Kern. Om vanuit die authenticiteit het werkelijk aanwezige potentieel aan te boren en te benutten.
Zelfreflectie, Persoonlijke Ont-wikkeling.

2. We zijn ons brein. Daardoor zijn we in hoge mate gedetermineerd. Trainen draait om het ‘hercoderen’ van ons gedrag en/of onze emoties via ons brein, maar stuit daarbij ook op de fysiologische beperkingen die we met ons meedragen.
RET, NLP en recenter: PMA en Brein Management

3. In de eerste levensjaren ontwikkelt elk mens zich tot een bepaald ‘type’. Vroege ervaringen (met name traumatische) zetten een zwaar stempel op ons karakter. Een geaardheid die we de rest van ons leven met ons meedragen. Trainen is erop gericht om zicht te krijgen op de kenmerken, de neigingen, de valkuilen, de  mogelijkheden en onmogelijkheden van elk type.
Karakterstructuren, MBTI, Insights.

4. Elk mens is een ‘Black Box’, gestuurd door prikkels van buiten en reacties daarop (stimulus – respons). Middels gericht trainen en door middel van slim gekozen ‘straf en beloning’ is elk gedrag bij iedereen aan te leren.
Oefenen, oefenen, oefenen

5. Elk mens is boven alles onderdeel van sociale systemen. Wij worden gevormd door de interactie met de mensen om ons heen. Een belangrijk deel van ons sociale gedrag ligt verankerd in de evolutie (primaten-gedrag). En weerstand bieden als individu aan de druk die groepsprocessen met zich meebrengen blijkt bijzonder lastig. Trainen is erop gericht om deze processen inzichtelijk te maken en waar mogelijk te beïnvloeden.
Systemisch werken, groepsdynamica, omgaan met sexe-en cultuurverschillen.

6. Het Veld van sociale interactie is zelf ‘actor’ en beïnvloedt ons gedrag. Trainen gaat over het ruimte geven aan dit zich ontvouwende of ‘wetende’ Veld, over het wegnemen van ruis en verstoringen daarin en over het ‘luisteren’ naar wat het ons te zeggen heeft.
Familie- en organisatie-opstellingen. U-theory.

Zoals gezegd: kort door de bocht. En zonder direct waarde-oordeel. Het zijn allemaal min of meer verdedigbare opties, maar het scheelt een slok op een borrel of je vanuit de ene of de andere benadering werkt als trainer.
De kenners van de Modellenbingo zien door de opsomming heen natuurlijk meteen de volgende drie Assen schemeren:
  • Individu – Collectief
  • Kern (binnen) – Omgeving (Buiten)
  • Potentieel – Beperking
Een 3-dimensionele matrix waarin de gangbare trainingsmethodieken met een beetje fantasie goed te ‘plotten’ zijn. Altijd handig. En een mooi bruggetje naar een laatste (mijn favoriete) optie.

7. Mensen (en zeker hun hersenen) zijn altijd bezig met het ordenen van ervaringen. Met het begrijpelijk houden van hun eigen handelen. Met het schrijven en herschrijven van hun eigen geschiedenis. Een proces dat vraagt om voortdurende bijstelling Wij zijn het verhaal dat we over onszelf aan onszelf vertellen.
Vertellen en Luisteren. Schrijven en Lezen. (B.v. het schitterende boek ‘Alsof het voorbij is’ van Julian Barnes).

Ons eigen menselijke verhaal een beetje overzichtelijk maken. Voor onszelf en voor anderen. En dat proces steeds kritisch herhalen. Lijkt me een mooie doelstelling voor ons Trainersvak.

Filosofie gaat in de Kern over niets anders…