donderdag 17 november 2016

Trump B.V.


Het is zover. Een land besturen alsof het een B.V. is, is niet langer alleen maar een gevaarlijke metafoor. Het belangrijkste land van de westerse wereld zal binnenkort geleid worden door iemand die het als een pure presidentiele verdienste beschouwd dat hij ervaring heeft met het runnen van een bedrijf. Over Hillary zei Trump: ‘Ze heeft veel ervaring, maar de verkeerde. Ik heb een miljardenbedrijf gebouwd’.  President Trump zal (blijven) denken als een CEO. Als de onbetwiste directeur van een strak geleid familiebedrijf.
Tot voor de verkiezingsstrijd was Trump vooral bekend van zijn optreden in de tv-reality-show The Apprentice waarin hij kandidaten selecteerde voor de leiding van een van zijn bedrijven.  Kenmerkend is de ultieme dominante, dictatoriale stijl die hij hanteerde. Hij en alleen hij besliste over het lot van de deelnemers (‘You’re fired!!). Voor een CEO is dergelijk gedrag niet geheel vreemd. Niet alle, maar wel veel populaire boeken over leiderschap gaan over de typische karaktereigenschappen van een Succesvol  Leider. Krachtig, Doortastend, Eigenzinnig. Dwars tegen alles en iedereen in je ambitie volgen, een 'Stip op de Horizon’ zetten en daar consequent en rücksichtslos aan vast houden. Succes als Keuze. We zijn eraan gewend geraakt, ook al is het schreeuwerig management-jargon. En we lijken er dol op. We bewieroken leiders als Steve Jobs vanwege hun commerciële succes, hoe monomaan en dictatoriaal ze ook in werkelijkheid bleken te zijn.
Dat het bedrijfsjargon de publieke sector overspoeld heeft is ook geen nieuws. In de jaren ‘60 en ‘70 werden bedrijven gedemocratiseerd. Vanaf de jaren ‘80 worden democratieën geprivatiseerd. De overheid diende een voorbeeld te nemen aan het bedrijfsleven. Ambtelijke taken dienden te worden voorzien van heldere meetbare output. Goed betaalde externe adviseurs verdienden massaal aan het ‘rationaliseren van de procesketens’. En Burgers werden Klanten. Het toevertrouwen van een democratische wereldmacht aan een ondernemer pur sang is in zekere zin slechts de ultieme consequentie van dat proces.

Voor veel ondernemers zijn problemen per definitie overzichtelijk. Slechts vanuit een goed begrepen eigenbelang maak je keuzes en neem je beslissingen. Dat hoort zo. De grenzen van jouw onderneming zijn de grenzen van jouw verantwoordelijkheid. Als mensen niet functioneren, gooi je ze eruit. Als je ze niet vertrouwt, komen ze er niet in. Als er gejat wordt van je bedrijfsterrein, zet je er een hek/muur omheen.  En wetgeving benut je zoveel mogelijk in je voordeel. Belasting ontwijken waar het kan en milieumaatregelen alleen als het moet. Binnen de wet is verder alles geoorloofd.

Een bedrijf ontdoet zich graag van problemen. Zet ze buiten de poort. Dat kan ook, want er is immers altijd een ruimte buiten de bedrijfsgrens: de maatschappij. Daar kun je, binnen de grenzen van de wet, met een gerust hart je afval, je overtolligen, je ongewensten dumpen. Niet jouw zorg. Een bedrijf is een bedrijf en geen charitatieve instelling.
Een democratie kent andere vraagstukken. Daar heb je de zorg voor de integrale, onoverzichtelijke, chaotische diversiteit aan problemen en inwoners. En samen met andere democratieën de zorg voor de wereld als geheel. De besluitvorming is er per definitie taai en stroperig, gelet op de enorme hoeveelheid strijdige belangen die verenigd moet worden.  En dat is maar goed ook. Hopelijk is het straks juist die georganiseerde stroperigheid die gaat voorkomen dat Trump zijn verkiezingsretoriek om kan zetten in werkelijkheid. 

Een land is godzijdank geen B.V.

dinsdag 19 juli 2016

B.V. met Burgers als Consumenten


De gedachte om een land te zien, te 'framen' en te besturen als een B.V. is niet nieuw. In de briljante documentaire Century of the Self (Curtis, 2002) wordt gereconstrueerd hoe we terecht zijn gekomen in een individualistisch, ik-gecentreerd tijdperk, waar tegelijkertijd ‘het volk, de massa' zorgvuldig gekneed wordt tot een leger van onverzadigbare consumenten. Er wordt aannemelijk gemaakt dat begin vorige eeuw in de V.S. een bewuste keuze is gemaakt om Burgers te transformeren naar Consumenten om zo eeuwig durende economische groei te stimuleren. Het betekent de introductie van doelbewuste massa-beïnvloeding, geholpen door nieuwe media. Marketing en PR doen hun intrede,  gebruikmakend van de op dat moment moderne, Freudiaanse inzichten in de psychologie.
Die transformatie is geslaagd. Zozeer geslaagd dat hij aan zijn eigen succes ten onder dreigt te gaan. Het ‘economiseren’ van de samenleving naar (neo-)liberale inzichten en het individualiseren van de kans op ‘succes’ en ‘geluk’ volgens de American Dream gedachte heeft de hele westerse wereld onomkeerbaar veranderd. De consequenties zijn immens:

·       Streven naar groei en winst staat buiten discussie. Voor veel voormalig collectieve sectoren is een bedrijfseconomisch principe geldend verklaard en vanzelfsprekend geworden. Tot aan gemeentes (city-marketing) en de landelijke overheid (OESO-rankings) aan toe.

·        Het mantra is: Alles is mogelijk, als je je kansen maar benut. Succes is een Keuze. Falen is eigen schuld

·        Eigenbelang staat voorop. Solidariteit is uit.

·        Geld stroomt in steeds hogere snelheid naar een steeds kleiner wordende groep.

·        Bedrijven en Geld domineren de agenda. Meer dan de VN bepaalt Bill Gates welk wereldprobleem met prioriteit wordt aangepakt.

·       Grote bedrijven zijn niet langer geworteld in de samenleving maar zweven op een globaliserend speelveld volledig los van de werkelijkheid. Door belastingontwijking onttrekken ze steeds groter wordende hoeveelheden geld aan de samenleving. Een trend waar ze eerder in gestimuleerd worden dan geremd. Elk land probeert een gunstig ‘vestigingsklimaat’ te creëren.

·       Talent, 'potentieel-samenlevings-verrijkende intelligentie’, wordt in hoge mate getrokken naar bedrijven, financiële instellingen en durfkapitalisten.

·        Na een periode waarin bedrijven werden gedwongen een meer democratische gedaante aan te nemen, veranderen anersom democratieën steeds meer in zakelijk opererende concerns.

·        Een land kent inwoners, burgers. Een bedrijf kent werknemers en klanten. Een land is integraal verantwoordelijk voor alle personen binnen haar grenzen. Een bedrijf is per definitie selectief in het aannemen van medewerkers en het richten op kansrijke doelgroepen. Een land includeert. Een bedrijf excludeert.

·       De uitholling van solidariteit is funest voor een samenleving. Onderwijs zien als de kweekvijver voor toptalent, als voorportaal voor de arbeidsmarkt is een totaal ander perspectief dan onderwijs zien als collectieve investering in ‘Bildung’, in het creëren en doorgeven van actief burgerschap binnen een duurzame democratie. (Ziektekosten-)verzekeringen zien als verdienmodel voor gunstige, te selecteren doelgroepen is totaal iets anders dan een collectieve zorgvoorziening in stand houden ‘zonder aanziens des persoons’.

·        Het BV Nederland model zet mensen aan tot het benadrukken van onderling verschil, tot competitie, concurrentie, ‘ieder voor zich’ en ‘wie het niet redt is een loser’. Alsof de ‘tucht van de markt’ de hoogste ethische wet is die onze samenleving bijeen zou moeten houden.

·       Niet alleen de planeet raakt ‘uitgeput’. Dat geldt ook voor haar bewoners. Het aantal burn-outs onder jonge mensen is explosief gestegen. Meer dan 1 miljoen Nederlanders slikt anti-depressiva. De rat-race in de moordende onderlinge concurrentie is door steeds minder mensen vol te houden.

·       Het ‘Rijnlands model’ gebaseerd op lange termijn, op vakmanschap, op Meester-Gezel-Leerling verbindingen is overvleugeld door het Angelsaksisch model, gebaseerd op Korte termijn, Aandeelhouderswaarde, en ‘humans’ als ‘resources’.

·       Verhoudingen in het onderlinge verkeer tussen burgers en instellingen verharden richting een ‘claim-cultuur’. De grond onder vanzelfsprekende Autoriteit van artsen, leraren, politici verdwijnt. Mondigheid is doorgeslagen in ‘wie denk je wel dat je bent’. Het aantal bedreigingen van overheidspersoneel, leerkrachten en ambulance-medewerkers is schrikbarend hoog en bijna ‘normaal’ aan het worden.

·       Pech-tolerantie is verdwenen. Alles is maakbaar. Je uiterlijk, je gezondheid, je succes. Als je jezelf niet goed  hebt ‘gemarket’ moet je verder ook niet zeuren.

·       Succesvolle bedrijven hebben steeds minder mensen in dienst. De droom van een startende ondernemer is niet langer: een groot bedrijf bouwen, maar: zoveel en zo snel mogelijk ‘cashen’.
Denken, schrijven en spreken over ons land als de ‘BV Nederland’ is geen onschuldige vergelijking, maar een bijdrage aan, een krachtige versterking van een verwoestend, onomkeerbaar proces van uitputting en uitholling van onze democratische samenleving.


dinsdag 12 juli 2016

'B.V. Ik' als werknemer


‘BV Nederland’ verwijst ook naar de manier waarop ons land bestuurd zou moeten worden: als was het een bedrijf. Met managers aan het roer. Een directie die de lijnen uitzet, verschillende divisies die de operationele processen in goeie banen leiden en was ‘stafdiensten’ zoals zorg en onderwijs die de boel faciliteren. Hans de Boer (vz VNO-NCW) opperde bloedserieus dat ons parlement nog een voorbeeld zou kunnen nemen aan de gemiddelde OR van een bedrijf. ‘Die denken vaak heel constructief mee met de directie’. Het hoogste orgaan in een democratie afdoen als ‘advies- en instemmingsorgaan’. Denken over een land als een BV is een allesbehalve onschuldige vergelijking…
Binnen de BV Nederland wordt iedereen opeens (potentieel) werknemer. Een actieve bijdrage aan de bedrijfsresultaten: dat is wat we van mensen vragen in dit land. Jezelf beschikbaar maken of houden voor de arbeidsmarkt is de opdracht aan ons allen. Let wel: een individuele opdracht. Onderwijs wordt daarmee een ‘investering in jezelf’ en is uiteraard gericht op het ‘beste halen uit mensen’ en zeker uit het top-talent dat we hard nodig hebben in onze steeds complexer wordende kennis-economie. Hoezo Onderwijs als ‘Bildung’, als maatschappelijke instelling waarin alle kinderen een fundament tot zelfdenkend kritisch burgerschap wordt geboden? Welnee: aansluiting op de arbeidsmarkt, met studies die zijn afgestemd op wat bedrijven nodig hebben. Toegepast onderzoek. Onderwijs als ‘stafdienst’ ten dienste van het ‘primaire proces’: geld verdienen met de BV.

Inwoner zijn van Nederland betekent een individuele opgave om van waarde te worden en te blijven voor onze BV. Lukt je dat niet, dan is dat primair je eigen probleem, je eigen schuld. Kansen krijgt iedereen, je moet ze wel pakken. Solidariteit met hen die ‘buiten de BV vallen’ is ver te zoeken. Marcel van Dam sprak destijds in zijn Volkskrant-columns al van de ‘onrendabelen’. Als BV zou je die Nederlanders het liefst ontslaan. En andersom is het wederom Hans de Boer die pleit voor het slechts toelaten van vluchtelingen die geschikt zijn voor de vacatures die we nog hebben. Selectief aannamebeleid. Doet elk bedrijf, toch?
Bijdragen of wegwezen. Dat is de norm die uitgaat van de BV-gedachte. Het trekt zich door naar individueel niveau. Steeds meer mensen werken aan zichzelf alsof het een ‘Merk’ betreft. De VPRO-documentaires ‘BV-ik’ en ‘Alles wat we wilden’ gaven een schrijnend beeld van de consequenties die dat heeft. Vanaf onze vroege jeugd raken we verzeild in een rat-race tegen elkaar. Je CV oppoetsen is doelstelling nr 1 van veel studenten. Maar de angst dat anderen je misschien al voor zijn en het voortdurende besef van alle keuzes die je óók had kunnen maken jaagt jongeren steeds vaker en sneller in de stress. Tot depressiviteit en burn-outs aan toe. Het dagelijks etaleren van je succesvolle momenten op social media en tegelijkertijd angstig zien hoe anderen nóg leuker, succesvoller en aantrekkelijker lijken doet de rest. Paul Verhaeghe schreef er indringend over in zijn boek ‘Identiteit’.

Problemen die een aantal decennia nog als collectief werden ervaren (De Werkloosheid), zijn volledig geïndividualiseerd. Jij en alleen jij bent verantwoordelijk voor je eigen succes of falen. De boodschap is immers: iedereen kan succesvol zijn. Als je maar echt wil, echt ‘ervoor gaat’, echt je diepste talenten weet aan te boren en echt doorzet, met al je energie, het liefst 200%...
Waarom zou je je als bedrijf zorgen maken om het falen van je concurrent? Dus waarom zou je je als ‘BV-ik’ zorgen maken om hen die het niet bij kunnen benen? Die begrenzing in verantwoordelijkheid, het ‘slechts’ oog hebben voor het eigen succes is genadeloos. De ‘BV-metafoor’ doet alle solidariteit tussen landen en daarbinnen tussen haar bewoners verdampen. Survival of the fittest. Heb succes of verdwijn.

dinsdag 5 juli 2016

Politiek als B.V.


Het denken in termen van Markten, Klanten, Produkten en Doelgroepen tast ook de politiek aan. Waar voorheen politieke partijen in debat gingen vanuit een integrale maatschappij-visie en op basis daarvan elkaar en de kiezers probeerden te overtuigen, kennen we tegenwoordig een premier die er trots op is geen visie te hebben en worden er partijen opgericht die geen programma hebben. ‘Wij gaan voor onze standpunten steeds te rade bij onze kiezers’. Zelf niets vinden en slechts verwoorden wat de kiezers willen horen. Politiek bedrijven alsof je ‘slechts’ de behoefte op de kiezersmarkt hoeft in te vullen. Aanbod creëren omdat er vraag naar is. Een nieuwe partij oprichten, enkel omdat ‘peilingen uitwijzen dat er potentiele ruimte ligt voor 10 zetels’…
Onze democratie kent inmiddels partijen die zich nadrukkelijk richten op een bepaalde doelgroep (zoals b.v. 50+). En die er niet voor schromen om zich enkel en alleen te bekommeren om de zorgen, de wensen en de effecten van het overheidsbeleid voor die specifieke groep. Alsof politiek niet gaat over de inrichting van ons land voor iedereen die er leeft, werkt en woont.

De term ‘Marktpolitiek’ krijgt zo wel een hele nieuwe lading. Nu hebben liberalen zich altijd al verschanst achter hun vertrouwen in ‘de markt’, alsof het een zuivere, niet-ideologische natuurwet betreft, die we ‘slechts’ zijn werk moeten laten doen. De ‘onzichtbare hand’ van Adam Smith zorgt er immers voor dat alles goed komt en precies op zijn plek valt. Liever ruimte geven aan die natuurlijke ordening dan zwichten voor allerlei ‘-ismen’ (socialisme, nazisme, communisme etc) die alleen maar ellende veroorzaken. Maar met zijn boek ‘Utopie van de vrije markt’ rekende Hans Achterhuis al definitief af met deze ‘van elke ideologie vrije’ liberale positie. Hij toont aan dat onder het vertrouwen in de markt een snoeiharde ideologie verborgen ligt, die in romanvorm verwoord is door schrijfster en filosofe Ayn Rand (Kracht van Atlantis). Een ideologie die uitgaat van egoïsme als pure kracht en van mededogen als ultieme zwakte en die niet door de minsten werd en wordt omarmd. Allan Greenspan, die jarenlang aan de belangrijkste knoppen in de financiële markt draaide was haar trouwste volgeling.
Politiek bedrijven op basis van overtuiging is uit. Standpunten, meningen en maatregelen verkopen aan het kiezerspubliek is in. De rol van het volk is teruggebracht tot het beantwoorden van eenvoudige ja/nee vragen. Waarbij het steeds vaker niet over inhoud, maar over de poppetjes gaat.

Verkiezingen krijgen steeds meer het karakter van een Idols-achtige talentenshow. Zolang de kandidaten in de race zijn hoor je ze de hele dag en overal. Peilingen en stemmingen geven de verdeling weer van de potentiele ‘markt-aandelen’ en houden ons maandenlang in de greep. Maar nadat de winnaar(s) bekend zijn wordt het verdacht stil. Beloftes blijken opeens minder hard, noodzakelijke compromissen halen al snel de glans van alle verkiezingsretoriek af en de kiezer voelt zich met het uiteindelijke grijze resultaat bekocht.  Een periodiek terugkerend circus waarbij de race belangrijker is geworden dan het resultaat. Een mediakermis waar marketing, imago, ‘spinnen’ en merk-profilering steeds belangrijker zijn geworden. Met de achterban als ‘doelgroep’ en de burger als ‘consument’. Dan is het ook niet vreemd dat de Burger er zich naar gaat gedragen en teleurgesteld raakt als hij geen ‘waar voor zijn geld krijgt’.
Als de politiek, als partijen zich gaat profileren als bedrijven, gaan de Klanten eisen dat ze krijgen wat ze vragen. Ook hier geldt dat het ‘uit elkaar trekken’ van leverancier en klant de ‘kloof’ tussen burgers en politiek alleen maar onnodig versterkt. Een appél op burgerschap (b.v. om  bij te dragen aan de Participatiesamenleving) is in zo’n context gedoemd te mislukken. De Klant is net gewend geraakt aan zijn rol als Koning.

vrijdag 1 juli 2016

Zorg en Onderwijs als B.V


Wanneer de ‘B.V.-visie’ wordt losgelaten op sectoren als de Zorg en het Onderwijs heeft dat verregaande consequenties. Opeens is er een ‘zorgmarkt’ en een ‘onderwijsmarkt’, waarin ziekenhuizen, huisartsen, scholen en universiteiten opereren als concurrerende bedrijven. Van collectieve, maatschappelijke instellingen ‘van ons allemaal’, worden het leveranciers van ‘zorg- en onderwijsprodukten’. Een ruim en integraal begrip als ‘Goede Zorg’ wordt opgeknipt, in brokjes gehakt, telbaar gemaakt en per partje financieel uitgedrukt. Er zijn ‘afnemers’ van deze produkten: Klanten. En ook de resultaten worden opnieuw gedefinieerd in individuele telbare eenheden. Onderwijs geven wordt gelijkgesteld aan het ‘afleveren van uitstromers met diploma’.
Terwijl iedere eerstejaars bedrijfskunde je  kan uitleggen dat een integrale dienst verlenen iets essentieel anders is dan een product fabriceren. Een dienst ontstaat per definitie in het moment zelf, in de wisselwerking tussen de dienstverlener en de ontvanger. Geen transactie, maar interactie. Telkens weer. Een product kun je los van de afnemer realiseren, op voorraad houden en op een later tijdstip uitleveren. Een dienst impliceert contact, uitwisseling, wederzijdse betrokkenheid.

Zorg en onderwijs reduceren tot een produkt heeft een verwoestend effect. Het ontkent de wisselwerking en reduceert de afnemers tot individuele klanten, die ‘het beste produkt’ willen voor zichzelf of voor hun kinderen. Het holt het natuurlijk gezag uit van de arts, de leerkracht, omdat de Klant zich Koning voelt en ook als zodanig behandeld wil worden. Het jaagt een ongezonde concurrentie aan tussen scholen en ziekenhuizen, waardoor de onderlinge samenwerking eerder belemmerd dan gestimuleerd wordt. En waardoor er steeds grotere marketingbudgetten worden gespendeerd aan ‘reclame’ voor het eigen produkt en het benadrukken van het onderscheid met de ‘concurrent’. Het leidt tot de aanbeveling (Sander Dekker) aan nieuwe startende scholen om eerst ‘marktonderzoek’ te doen naar de behoefte onder de ouders. Alsof het niet in de eerste plaats gaat om het inrichten van fatsoenlijk en kwalitatief goed onderwijs.

Het merkwaardigste effect is de impuls tot Groei die er vanuit gaat. In een markt wil elke speler immers zo veel mogelijk marktaandeel en wil de sector als geheel natuurlijk groter worden. Het geven van groei-prikkels verdraagt zich slecht met de krappe budgetten voor onderwijs en de bijna permanente paniek over de snelgroeiende zorgkosten. Marktwerking leidt tot typische ondernemer-ambities als expansie, groei, overname en winstmaximalisatie. Het trekt dito bestuurders aan. De totale sector dreigt ten onder te gaan aan ongecoördineerde wildgroei en aan een onoverzichtelijk geheel aan nieuwe toetreders. De kwantiteit van bijvoorbeeld het aantal te kiezen studies neemt toe. De kwaliteit staat steeds vaker ter discussie.

Alle natuurlijk aanwezige vormen van onderlinge, vakgedreven verbondenheid, samenwerking en solidariteit in deze sectoren worden vervangen door onderlinge concurrentie, rankings, profileringsdrang en individueel rendementsdenken. Een rare omkering van zaken. Want stel dat je alle aandacht zou richten op het hebben en houden van goeie professionals in het onderwijs en de zorg, die optimaal ondersteund worden in het uitoefenen van hun vak… Hoe groot is dan de kans dat ‘de Klant’ geen goeie dienstverlening zou krijgen?

Het vervangen van vakmanschap als dominante focus in deze sectoren door ondernemerschap levert een keten aan ongewenste bij-effecten op, die ook nog eens  buitengewoon lastig zijn terug te draaien. Eenmaal in de fuik van het marktdenken gezwommen, kom je er zomaar niet uit. Zeker niet als enige, tegen de stroom in. Het is meezwemmen, of verzuipen. De hoeveelheid klachten, de onomwonden frustratie van professionals die het uitoefenen van hun vak gereduceerd zien tot ‘produktie leveren’  ten spijt: ze krijgen het tij nauwelijks meer gekeerd.

donderdag 30 juni 2016

Een Land als B.V.

De ‘BV Nederland’ roept het beeld op van ‘bedrijvigheid’. Er wordt gewerkt, de schouders gaan eronder. Met zijn allen zijn we op weg om doelen te realiseren, geld te verdienen en welvaart te creëren. Het is het beeld van ‘hardwerkend Nederland’, de mensen die (vroeg) uit hun bed komen om hun bijdrage te leveren. Allemaal op hun eigen manier, maar gezamenlijk op weg om ‘dit mooie land weer een stukje mooier te maken’. Het liefst vanuit een ‘VOC-mentaliteit’: ondernemend, met lef en trots de wereld veroverend.

Maar de ‘BV Nederland’ is meer dan een onschuldige metafoor. Het maakt het opeens aannemelijk dat we als Land ‘streven naar een top-10 positie’ op ranking x, y of z. Dat ons BNP centraal staat in de vraag of het goed gaat met Nederland. Dat ons ‘imago’, het ‘Merk Nederland’ en de aantrekkelijkheid van ons vestigingsklimaat voor bedrijven dominant wordt in de presentatie in het buitenland. Ambassades worden ingezet als portals voor het binnenlokken van bedrijven die een gunstige belastingregeling willen. We hebben opeens vanzelfsprekend de ambitie om tot de beste, meest innovatieve snelst groeiende economieën te behoren. Met topsectoren en universiteiten die internationaal de lijsten aanvoeren.
Dat alles maakt andere landen tot concurrent in een complexe en hectische markt. Met de ‘ieder voor zich’ mentaliteit die daar bij hoort. Komt een land in de problemen dan heeft het dat allereerst aan zichzelf te danken. Had het zijn boekhouding, ambities, verdienmodel of concurrentiepositie maar beter op orde moeten hebben. En net als bij bedrijven worden financiering, omzet, begroting, schuldenlast, kortom wordt Geld de dominante factor om op te sturen. Dat alles tegen de achtergrond van ‘de financiële markten’, die met ongelofelijk veel macht de geldstromen sturen en beoordelen. Tot het moment dat kredietbeoordelaars de status van een land kunnen afwaarderen en ze tot aan de rand van faillissement kunnen drijven.

De dubieuze manier waarop Geld als schuld de wereld in wordt geholpen door commerciële banken en instellingen is pas recent door het initiatief ‘Ons Geld’ op de agenda van de tweede kamer gezet. Veel Nederlanders zouden zweren dat ‘geldschepping’ een taak is die niet zomaar aan een commercieel bedrijf is gegund, maar uiteraard door de overheid/overheden zelf wordt uitgevoerd. Het tegendeel is waar. Het voltrekt zich volgens een buitengewoon schimmig proces dat allesbehalve democratisch gecontroleerd wordt. De macht van de ‘financiële markten’ is die van overheden ver boven het hoofd gegroeid. Er zijn geen landen meer die banken hebben, maar banken die landen tegen elkaar uit kunnen spelen. En die wel door diezelfde overheden gered worden bij dreigende ondergang. Landen zijn net als bedrijven met een grote schuldenlast totaal afhankelijk geworden van Geld en daardoor van Kredietwaardigheidsscores die ook al door commerciële belanghebbende instanties wordt bepaald.
De manier waarop de goedwillende strandtenthouder in het toneelstuk De Verleiders ten onder gaat verschilt daarmee nauwelijks van de manier waarop Griekenland door de ‘trojka’ tot de rand van de afgrond wordt gedreven.

De metafoor ‘BV Nederland’ bevestigt de omgekeerde verhoudingen. De natiestaat heeft het definitief verloren van de allesomvattende globaliserende (Geld-)Markt. En de daarin dominante partijen. Een ongecontroleerd web van virtueel flitskapitaal bepaalt waar welvaart ontstaat, groeit en verdwijnt. Gevangen in dat web trachten landen als ‘BV’s’ hun hoofd boven water te houden en te overleven. Zonodig ten koste van de ‘concurrent’.

B.V. Nederland

'Ggz, goudmijn voor ondernemers'... Zomaar een kop in de Volkskrant van vandaag. Met daaronder een onthutsend verhaal over de manier waarop er door de introductie van marktwerking in de Ggz (veel) geld verdiend wordt. Slimme ondernemers ontwikkelen verdienmodellen waarbij 'cliënten worden verpakt, verhandeld en doorverkocht als pakketjes aandelen'...

Het is slechts een voorbeeld, maar wel illustratief voor de consequenties van marktdenken op plekken waar je het juist niet verwacht. Tenminste, laat ik voor mezelf spreken: ik heb de zorgsector nooit willen zien als een deel van onze maatschappij waar het om geld verdienen gaat, desnoods over de ruggen van mensen met psychische problemen. Dat kan naïef zijn, maar ik weiger om alles door de bril van De Markt te bekijken en ons land te zien als een groot bedrijf, als de B.V. Nederland.

De komende Blogs, allemaal onder de noemer 'B.V. Nederland', gaan over de reden waarom ik dat weiger...

maandag 21 december 2015

Vat vol tegenstrijdigheden


Vaak en graag bevraag ik andere trainers en adviseurs op hun mensbeeld. Vanuit welke aannames over  ons ‘menszijn’ werken zij met klanten en deelnemers? Zo vroeg ik laatst in een workshop de deelnemers om te kiezen tussen twee stellingen:
A Alleen jij kent jezelf echt. Alleen jij kunt jezelf veranderen

B Alleen via de ander ken je jezelf. Alleen via de ander kun je veranderen

Ik vraag in zo’n situatie mensen om letterlijk ‘positie te kiezen’ door aan de ene of de andere kant van de ruimte te gaan staan. Vanuit die plek gaan ze het gesprek aan met elkaar, zodat ze letterlijk hun ‘standpunt’ aan elkaar toelichten. Ook nu weer waren er mensen die het liefst meteen in het midden zouden willen staan. Begrijpelijk, maar op dat moment nog even ‘verboden’.  Het positie moeten kiezen dwingt je namelijk ook om echt even stil te staan bij de onderbouwing, bij het expliciteren van je keuze. Dat daarbij het verschil met ‘de overkant’ even kunstmatig wordt uitvergroot is precies mijn bedoeling. Het creëren en onderzoeken van verschillen is iets wat misschien wel veel te weinig gebeurt in organisaties. Vaak is er eerder de neiging om snel tot overeenstemming te komen, de gelederen te sluiten en over te gaan tot actie. Maar daarmee wordt in mijn ogen een belangrijke stap overgeslagen: het onderzoeken en waarderen van verschil, van contrast, van these en anti-these.

In dit geval leidden de stellingen tot een mooi gesprek over fundamentele aannames. Een boeiende dialoog over de kracht van zowel autonomie als verbinding. Een onderzoekend gesprek over onze neiging om onszelf te onderscheiden van anderen en over onze onlosmakelijke verbondenheid met de (sociale) omgeving. Over de functie van introspectie, zelfreflectie, interactie, taal en communicatie bij de vorming van ons zelfbeeld etc..
Halverwege veranderden sommigen van positie en ‘staken over naar de andere kant’.  Om even werkelijk te voelen hoe het was om daar te staan. Dat ‘kunnen oversteken’ geeft ruimte om in jezelf beide opties serieus te nemen. Om jezelf even te verankeren in de ene kant en vervolgens te ervaren dat er werkelijk een andere optie is die misschien wel net zo verdedigbaar is. Waarbij mijn aanname is dat je de kracht van de beide tegenpolen niet zo sterk voelt als je meteen in het midden was gaan staan.

Vanuit de verschillen ontstond uiteindelijk het gemeenschappelijke beeld dat beide polen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat verbinding en autonomie twee diep menselijke behoeftes zijn die elkaar kunnen versterken. Die gezamenlijke conclusie voelde niet als een grijs compromis,  maar als een overstijgend ‘synthetisch’ besef dat de waarde van beide polen elk hun eigen plek hebben in een voortdurend schakelen tussen de twee. Het gaat er niet om dat je een definitieve keuze maakt , maar dat je de vrijheid voelt om te ‘spelen’ met beide opties naar gelang de situatie daarom vraagt.
Mijn mensbeeld:  Ons leven bestaat uit tegenstellingen. Wijzelf zijn een vat vol tegenstrijdigheden. Dat we voortdurend ‘heen en weer geslingerd’ lijken te worden tussen verschillende opties is echter goedbeschouwd geen reden tot ongerustheid maar eerder een troostrijke gedachte...

dinsdag 10 november 2015

De Kracht van Tegenpolen

Onlangs las ik in het magazine van het FD een artikel over de ‘herwaardering’ van de introverte persoonlijkheid. Waar de personeelsadvertenties nog steeds uitsluitend lijken te schreeuwen om extraverte kwaliteiten als daadkracht, enthousiasme, creativiteit en lef, wordt stilaan ook duidelijk dat iets meer rust, relativering, diepgang en terughoudendheid ons een hoop ellende had kunnen besparen in de aanloop naar de crisisjaren.  Wat meer ‘introverte kwaliteiten’ zouden in de gemiddelde boardroom niet misstaan hebben, zo lijkt het achteraf.

Als extravert en introvert te beschouwen zijn als tegenpolen dan heeft de laatste veel te lang ontbroken in alle organisatie- en leiderschapstaal. In alle aandacht voor groei, versnelling en permanente verandering zijn introverte kwaliteiten stelselmatig genegeerd. Dat gaat zich een keer wreken en dat hebben we gemerkt ook! Een herwaardering van ‘introvert leiderschap’ lijkt volledig op zijn plaats. Of het er werkelijk van komt is een andere vraag maar als zelfs het FD er aandacht voor heeft geeft dat wel enige hoop..
Het tijdelijk ontbreken van gezonde aandacht voor de ‘tegenpool’ is in organisaties ook waar te nemen via zich herhalende slingerbewegingen in de strategie. Van centraal naar decentraal, van produktgericht naar marktgericht, van specialisatie naar verbreding van het aanbod, van groei door talrijke overnames naar ‘focus op de core’  en dat allemaal na een paar jaar vrolijk weer vice versa.... Met vaak de bijbehorende verzuchting van de langst zittende medewerkers ‘daar gaan we weer…’. 

Op dit moment vind ik de gelijktijdige bewegingen in de (jeugd-)zorg en bij de politie fascinerend.  De decentralisatie in de zorg wordt voorzien van een glanzend betoog over ‘dicht bij de mensen’, ‘ruimte voor lokale verantwoordelijkheid’ en ‘flexibiliteit’.  Teksten die naadloos aan zouden kunnen sluiten bij de ‘oude’ politieorganisatie. Daar echter is de centralisatie-gedachte voorzien van argumenten als ‘efficiency’, ‘slagkracht’ en ‘hoogwaardige specialisatie’. Teksten waar ze bij de versnipperende jeugdzorg alleen nog maar met heimwee aan terug kunnen denken… Beide trajecten kampen met vertragingen, kinderziektes, budgetoverschrijdingen en zorgen voor de nodige verwarring en frustratie bij medewerkers en burgers. En het zou mij niet verbazen als we over een aantal jaar een tweetal parlementaire enquetes verder zijn, waarbij het advies is om op beide terreinen de slinger weer een zwiep de andere kant op te geven.  Opnieuw in tegengestelde richting…
Maar ook wanneer er wel oog lijkt te zijn voor de ‘tegenoverliggende mening’ is dat nog geen garantie voor een geslaagde uitkomst. Het mengen van twee uitersten levert lang niet altijd een fatsoenlijke gekleurd besluit op. Een slecht gekozen compromis, zoals bijvoorbeeld het inmiddels verguisde ‘Bed-Bad-Brood’ besluit van ons ‘tegenpolige’ PvdA-VVD  kabinet kan juist behoorlijk ‘lelijk’ zijn.

De kunst is om te kiezen, om een echt besluit te nemen en te onderbouwen, maar met een scherp oog voor de andere kant. Met het meenemen van essentiële onderdelen uit de tegenpool. En met het vermogen om juist na een genomen besluit oog te houden voor de andere opties. Vaak lijkt na een besluit alles erop gericht om ‘alle neuzen dezelfde kant op te krijgen’. Dat is dé garantie voor het creëren van een gigantische collectieve blinde vlek in de organisatie. Tegenpolen zijn er niet voor niets, ze vertegenwoordigen meestal beide een belangrijke waarde en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De kracht zit niet in het ‘overwinnen’ of ‘uitschakelen’ van de andere kant, maar in het benutten van de diversiteit. En precies dat vraagt, vaak na de hitte van het debat waarin het verschil scherp op tafel ligt, wel enige rust, relativering en reflectie. Als noodzakelijke eigenschappen om tot een weloverwogen afweging te komen.
Laat dat nou net het kunstje van die introverten zijn….

donderdag 2 april 2015

Gaan en Blijven


 
18 Maart nam ik officieel afscheid bij de Baak. En diezelfde middag trad ik er aan als kersverse Associate tussen alle Baak-freelancers op de ‘Voorjaarsborrel’. Een bijzondere, gelukkige samenloop van omstandigheden. Nog één keer mocht ik het podium op als Baak-collega en na de pauze kon ik direct invoegen als ‘partner van de Baak’ tussen mijn nieuwe ‘freelance-collega’s’.  Gaan en Blijven. Kun je je laatste werkdag ervaren als een warm welkom? Het was wel het paradoxale effect van een bijzondere dag. Mij bekroop een beetje het gevoel van de ‘DELA-reclame’ waarin mensen hun dierbaren alvast liefdevol toespreken, want waarom zou je wachten tot iemand overleden is? Alsof je bij je eigen begrafenis bent en vervolgens een vanzelfsprekende come-back maakt. Ach ja, ’t is tenslotte ook bijna Pasen…;-)

Na 7 jaar bij de Baak en in totaal ruim 25 jaar in loondienst te hebben gewerkt ben ik, tegen mijn eigen verwachtingen in, toegetreden tot het gilde der ZZP-ers. Een groeiend leger van inmiddels ruim 1.000.000 ‘ondernemers’. Een perspectiefwisseling die meteen zijn weerslag heeft op je manier van denken, van handelen.
‘We zijn het verhaal dat we over onszelf aan onszelf vertellen’ was de quote die mijn collega’s hadden gebruikt voor een mooi aandenken, in de vorm van persoonlijke teksten en boekentips. Het verhaal over mezelf zal ‘hertaald’ gaan worden. Nu al merk ik dat ik dezelfde werkelijkheid anders waarneem, anders interpreteer. Eenmaal de grens over kan ik niet anders dan naar de wereld kijken als ‘zelfstandige’. Daarmee voelt het ook als een stap in het doorgaande proces van volwassen worden.

18 maart was de dag van de Provinciale Staten verkiezingen. Mijn zoon mocht dit jaar voor het eerst stemmen en heeft dat serieus en gewetensvol gedaan. Volwassen wordend. In mijn verhaal heb ik mijn vader in herinnering geroepen, die lang voordat de Baak zich had gevestigd in Driebergen meerdere keren op het Landgoed is geweest. In de jaren ’60 werden er door Kerk en Wereld weekenden gehouden waarop ‘de toestand in de wereld’ werd besproken en becommentarieerd. Het hele gezin ging mee, maar ik was te klein om het me te herinneren. Het beeld van Hans Petri, dat in Driebergen staat, stond er toen ook al. Ik kende het al omdat een foto ervan de voorkant van mijn vaders ‘logboek’ over het gezin sierde. Uitgerekend van dat beeld werd mij een levensgrote ingelijste foto aangeboden als cadeau van alle collega’s.

Het zijn van die dagen waarop alles klopt. Op een paradoxale manier. Gaan en Blijven. Afscheid nemen en meteen opnieuw Verbinden. Toekomst ontmoet Verleden.

Nu door als Associate van de Baak. Gaat het lukken? Geen idee, het leven wordt immers voorwaarts geleefd en achterwaarts begrepen. Maar afscheid nemen kan ik iedereen van harte aanbevelen. Al doe je maar alsof….

woensdag 6 maart 2013

Klopt het? Werkt het? Deugt het?


Klopt het? Werkt het? Deugt het? Met deze drie vragen gaat mijn collega Jules Koster al jarenlang vraagstukken bij klanten te lijf. En ik begrijp steeds beter wat hij ermee bedoelt en beoogt. Het zijn essentiële vragen die elke professional ook zichzelf regelmatig zou moeten stellen.
In ons vak wordt de vraag ‘Klopt het?’ zelden gesteld. Elke trainer verzamelt in de loop der jaren zo zijn eigen modelletjes, heeft zijn eigen voorkeuren en hangt een bepaald patroon van ideeën overtuigingen en aannames aan, die hij zelden expliciteert. Ik schreef er al eerder over. Als je daar als collega opmerkingen over maakt en probeert te onderzoeken of al die aannames ook kloppen, raak je meestal verward in een discussie over de relevantie van Waarheid. Veelgehoord: ‘Feiten, feiten, ik vind ze niet zo relevant. Wetenschap is tenslotte ook maar een Mening’. Of ‘Tsja, of het waar is kun je niet bewijzen, maar je kunt ook niet bewijzen dat het NIET waar is, dus...’. De Moeder aller drogredeneringen.  Mocht je als deelnemer de euvele moed hebben om de aannames van een trainer in twijfel te trekken dan loop je natuurlijk nog een ander risico. ‘Kennelijk is het altijd ter discussie stellen van wat anderen zeggen een Thema voor je. Een beschermingsmechanisme waardoor je jezelf ook iets onthoudt... Ik stel voor dat we samen onderzoeken waar je nu eigenlijk  precies bang voor bent..’ of TrainersTaal van gelijke strekking.
Wat mij betreft zou elke trainer de vraag ‘Klopt het wat ik doe?’ regelmatig moeten stellen. En dan vooral aan zichzelf natuurlijk.
Werkt het? is wel een veelbesproken vraag in de trainingsbranche. Een eindeloze reeks onderzoeken probeert erachter te komen wat het werkelijke effect van trainen nu precies is. Sommige buro’s introduceren een scala aan instrumenten waarmee dat effect aangetoond zou kunnen worden. Uiteraard altijd wel instrumenten waar de klant weer apart voor moet betalen…  Er wordt effect op verschillende nivo’s gesuggereerd. Effect op het individu en op de organisatie, op korte en lange termijn etc. Iedereen is op zoek naar de heilige Graal van Diepgaand, Blijvend en Duurzaam effect. Al die soorten effect maken het eigenlijk steeds eenvoudiger om de hamvraag te vermijden. Als individuele deelnemers geen direct effect benoemen, vallen we terug op het argument dat ‘Trainen op Zich’ op lange termijn de betrokkenheid en loyaliteit van medewerkers verhoogt. Of bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de organisatie voor nieuw talent. Als het effect ogenschijnlijk negatief is omdat bijvoorbeeld veel deelnemers na afloop een ander baan gaan zoeken, dan hanteren we het argument dat daarmee een hoop ellende is voorkomen. ‘Het heeft slechts een proces versneld dat zich onherroepelijk toch had voltrokken’.  Eigenlijk is de helpende redenering dezelfde als bij marketing: Trainen werkt waarschijnlijk voor 50%. Je weet alleen nooit van tevoren welke 50%....

Het werkelijke effect van een training is gelukkig ook helemaal niet aan te tonen. Daarvoor is de menselijke natuur en de complexe sociale context waarin hij opereert veel te ingewikkeld en onvoorspelbaar. Zeker op dit punt past ons daarom een hoge mate van bescheidenheid.
Deugt het? is misschien wel de meest relevante vraag in het huidige tijdsgewricht. Ook voor ons. Zeker voor ons. Wij waren er immers bij met al onze leiderschapsprogramma’s toen een hele branche, waarin onze grootste klanten zaten, richting de afgrond stormde. Hebben wij onze klanten en deelnemers dan wel de goeie vragen gesteld? Hebben we enig tegenwicht geboden tegen de zich opbouwende Bubble, voordat die uiteen spatte?  Wiens belang hebben we uiteindelijk gediend? Dat van onze deelnemers? Van de organisaties waar ze werkten? Hoe dachten wij zelf dan over de effecten op klanten, op de samenleving als geheel? Welke verantwoordelijkheid hebben wij daarbij eigenlijk? Zeker, we hebben er jaren een goeie boterham aan verdiend, maar was het ons dan alleen daarom begonnen?

Lerend van de crisis waarin we ons nog steeds bevinden, vind ik de belangrijkste opdracht voor ons Vak:  het vergroten van het ‘zelfreinigend vermogen’ van organisaties. Het trainen van leiders en professionals, opdat ze de moed hebben om ongemakkelijke vragen te stellen. Aan zichzelf en aan anderen.  En laten we dan als trainers minimaal proberen het goeie voorbeeld te geven.
Trainen. Klopt het? Werkt het? Deugt het? Wie het weet mag het zeggen...

 

vrijdag 4 januari 2013

Artsen met grenzen?


Laatst hoorde ik op radio 1 een interview met een student die back-packend in Turkije besloten had zijn laatste geld te besteden aan dekens. Vervolgens was hij de grens met Syrië  overgestoken om ze uit te gaan delen in Aleppo. Even terug in Nederland probeerde hij zoveel mogelijk geld in te zamelen, zodat hij snel met nog veel meer dekens terug kon keren naar Syrië.
De toon van de interviewer bevatte vooral verbaasde bewondering. Of hij niet bang was geweest, hoe hij zijn weg vond in Syrië en in de stad en hoe hij beoordeelde aan wie hij de dekens uitdeelde? Het verhaal was van een verbluffende eenvoud. Je zoekt iemand die je naar Aleppo wil rijden, loopt een huis binnen en ziet aan het interieur wel of er dekens nodig zijn. En ja, natuurlijk werd er gevochten, maar als je niet direct aan het front zat, was het vrij makkelijk om je te bewegen door de vele wijken van de stad.

Het gesprek eindigde uiteraard met de gegevens van de website waarop je geld kon doneren voor deze actie. Ongetwijfeld hebben veel luisteraars dat gedaan. Waarom niet? Wat kan erop tegen zijn om deze moedige student te steunen in zijn directe, onbaatzuchtige actie van medemenselijkheid?
Ik vond het een verwarrend gesprek, omdat ik me ook verplaatste in de positie van de ouders van deze jongen. ‘Nee, die waren er niet echt blij mee’, zie hij tijdens het interview. Mijn eigen zoon is 16. Wat als hij over een paar jaar met een vergelijkbaar initiatief komt? Zou ik het trots doorvertellen en hem van harte ondersteunen? Of zou ik alles uit de kast halen om hem ervan te weerhouden? Dat laatste zou ongetwijfeld averechts kunnen uitpakken, maar toch is dat wat ik zou doen.

Het interview bevatte namelijk nog een intrigerende passage. De student werd gevraagd of hij dan geen hulporganisaties was tegengekomen, waarbij hij zich had kunnen aansluiten? ‘Nee’, was het antwoord. ‘Die hebben zich teruggetrokken uit het gebied omdat het te gevaarlijk werd’.  En zo kreeg het gesprek ook de lading van de dappere eenling tegenover de laffe instituties. Het ondernemende initiatief van de oprechte medemens, tegenover de stroperige georganiseerde collectiviteit van de hulpverlening. Voordeel van de student was natuurlijk ook de glasheldere transparantie van zijn actie. Geen millimeter overhead, geen cent aan de strijkstok. Elke euro gaat naar dekens en alle dekens rechtstreeks naar hen die het nodig hebben.
Het risico dat de student loopt is enorm en de consequenties als het misgaat zijn fataal en onomkeerbaar. Maar toch doet hij het. Elke keer als hij opnieuw met nog meer dekens naar Aleppo kan groeit waarschijnlijk zijn overtuiging dat het ook deze keer goed zal gaan, wat hem telkens sterker maakt om de risico’s opnieuw  aan te gaan.

Aan de andere kant lijkt dit proces van toenemende opofferingsbereidheid akelig precies op de  spiraal van toenemende grenzeloze ‘gokzucht’ die de bankiers uit de fascinerende Tegenlicht-documentaire van Joris Luijendijk doormaakten. Ook daar leidt elk succes tot het aandurven van (nog) grotere risico’s. En waarschijnlijk niet eens uit pure hebzucht of immorele statusdrift, maar eerder als uitkomst van een onontkoombaar fysiologisch proces van verslaving.
Dat lijkt een ongepaste vergelijking. Is de intentie van de student immers niet 180 graden anders dan die van de met andermans geld gokkende trader? Dat is op z’n zachtst gezegd toch appels met peren vergelijken? En die bankiers functioneerden toch juist wel in een groter collectief? De overeenkomst voor mij is dat in beide gevallen het corrigerend vermogen van een kritische context ontbreekt. In de banken omdat de individuele traders alle ruimte kregen en middels torenhoge bonussen alleen maar werden aangemoedigd om door te gaan. In het geval van de student omdat er niemand om hem heen staat die een grens trekt en die hem behoedt voor zijn eigen blinde vlekken. Daarom:  als we niet uitkijken fungeert een succesvolle ‘fundraising’, fungeren de toenemende donaties voor onze moedige student als precies dezelfde aanjager van een ontsporend proces van onverantwoorde risico’s nemen als de bonussen dat doen voor de bankiers….

Een goed en kritisch functionerend collectief is er om ruimte en ondersteuning te bieden aan de individuen die er werken. Maar ook om waar en wanneer nodig te functioneren als tegenkracht voor onstuimige dadendrang en toenemend risicovol gedrag.
Een organisatie als Artsen zonder Grenzen stelt daarom Grenzen vast voor haar Artsen. Letterlijk: tot Hier en niet verder. En dat is dus waarschijnlijk maar goed ook....

woensdag 28 november 2012

Krimp-Markt?


Het einde van het jaar nadert alweer en dus is het opnieuw flink  raak met reclamespotjes van ziektekostenverzekeraars. Ik maak me sterk dat binnenkort dr. Luijks ook weer een keertje voorbij komt…
De kosten in de zorg zijn dagelijks nieuws, zeker na het verhitte debat over de inkomensafhankelijke premie. Kern van het vraagstuk lijkt: hoe houden we de kosten binnen de perken?

De vraag waar ik niet uitkom is hoe deze kerndoelstelling van beperking en krimp zich verhoudt tot het bepleiten van (meer) marktwerking. Die combinatie geeft op zijn minst een paar rare effecten:
Marktdenken levert Klanten op die ‘waar voor hun geld willen’. Opticiens spelen daar nu handig op in met de boodschap: ‘Kijk snel of u nog recht heeft op een gratis bril!’. Die bril lijkt voor de individuele afnemer misschien gratis, maar wordt natuurlijk linksom of rechtsom gewoon betaald. Als iedere calculerende consument  de oproep volgt gaan de totale zorgkosten daarmee omhoog en niet omlaag…

Ook ziektekostenverzekeraars verleiden hun Klanten met ‘waar voor je geld-boodschappen’: Stel je eigen pakket samen! (bv geen kraamhulp meer als je al (genoeg) kinderen hebt..). Kom bij ons selecte voordelige gezelschap! (Polis voor Hoog Opgeleiden…). Ontvang je premie deels terug als je geen kosten maakt! (Alleen lage risicogroepen verzamelen…). Prima idee voor hen die ervan kunnen profiteren. Maar wat als dit een structurele verdeling wordt? De ‘Markt’ wordt dan aan de bovenkant laagje voor laagje afgeroomd. Alle solidariteit wordt eruit geknepen, net zolang totdat er een groep van ‘moeilijk  verzekerbaren’ overblijft waar geen enkele verzekeraar in geïnteresseerd is. De kans zal toenemen dat die zich helemaal niet meer verzekeren, omdat voor hen de premie uiteindelijk ongetwijfeld onbetaalbaar wordt. Is het weigeren van zorg aan hen dan het middel om de uiteindelijke doelstelling te realiseren? Hoe krijgen we anders de zorgkosten omlaag?
Maar het wonderlijkst vind ik toch het basis-idee dat Martkwerking zal bijdragen aan Krimp. In eerste instantie lijkt het Markt-argument gevoed door het bekende ‘ondernemers-optimisme’: Zie Problemen als een Uitdaging! In essentie is Marktdenken in de zorg het vervangen van ‘Zorgkosten’ als Probleem door ‘Zorgomzet’ als Uitdaging. Als ziekenhuizen zich gaan gedragen als goeie ondernemers zullen ze effectiever en efficienter gaan werken. Beloning voor dat gedrag is…. Meer omzet! Per ziekenhuis levert dat wellicht voordeel op: goede zorg tegen acceptabele kosten. Maar als het in de volle breedte ‘lukt’, dan zal deze branche als geheel natuurlijk snel groeien. Goed voorbeeld doet goed volgen, dus als het ondernemerschap aanstekelijk werkt kan iedereen succesvol Zorgondernemer worden. Hoera! Of niet? De Omzet in het Martkdenken is immers toch nog steeds precies gelijk aan de Kosten in de oorspronkelijke formulering?  En die zou dan gaan dalen? Welke Markt krimpt er nu vrijwillig? In welke Winkel hoort de klant: 'We verkopen het wel, maar u krijgt het niet, want dan loopt de totale omzet in onze branche teveel op…'. Bestaan er soms succesverhalen van vrolijke ondernemers die in snel tempo gezamenlijk de markt laten slinken en terugbrengen naar een nivo van decennia geleden?

Voorbeelden van jarenlange Marktwerking die tot uiteindelijk tot krimp leidt zijn er natuurlijk best. Enorme Krimp zelfs. De Bankencrisis en de Vastgoedcrisis zijn de meest recente….  Maar het lijkt me toch stug dat dat de Krimp is in de Zorgmarkt die we voor ogen hebben. Hoewel….
Nog een bericht in de krant van vandaag: Ook aan de onderkant van de 'markt’ lijken kansen te liggen voor zorg-ondernemers.  Zorgverzekeraar Zorgeloos (ik verzin het echt niet) biedt polissen aan waarin je het eigen risico  kunt afkopen. Een ‘uitkomst voor chronisch zieke’, meldt de kop. Aan het eind van het artikel nog een kleine kritische noot: ‘ASR (waar de verzekeringen worden ondergebracht) is niet bang dat de polis ‘alleen maar slechte risico’s zal aantrekken’,  zegt het bedrijf, omdat het zich vooral richt op internet en bijvoorbeeld adverteert op radiozenders voor een jonger publiek zoals 538…’

Ik denk echt niet dat de verkopers van deze polissen op torenhoge  targets staan en er binnen ‘Zorgeloos’  een bonuscultuur heerst. En ik heb geen idee of je dit soort polissen ook kunt ‘versnijden tot ogenschijnlijk aantrekkelijke Zorg-AAA-pakketjes’, maar de analogie met de verkoop van subprime-hypotheken schiet mij wel verdacht snel te binnen….
De Zorgkosten zijn ons gezamenlijke probleem. Dat zullen we gezamenlijk moeten oplossen. Als burgers. Marktwerking lijkt er een individuele uitdaging van te maken. Van individuele Klanten en van individuele Ondernemers. Dat kan natuurlijk, maar daar is misschien Zorg net te kostbaar voor….

 P.S. Ik bleek niet de enige die verbaasd was over het initiatief van Zorgeloos. Al na 1 dag is de stekker eruit getrokken...

zondag 28 oktober 2012

Postcode Loterij?


Uit de speltheorie is bekend dat een loterij populairder wordt naarmate de hoofdprijs groter is. We doen liever mee wanneer we een hele kleine kans maken op een extreem hoog bedrag, dan wanneer de kans om een ‘bescheiden’ hoofdprijs te winnen een stuk hoger is. We realiseren ons kennelijk wel dat de kans dat we winnen zeer gering is, maar de aantrekkingskracht gaat uit van de irreële, maar hoopvolle gedachte ‘stel je nu eens voor dat…’
Na een paar decennia neoliberalisme lijkt onze hele samenleving steeds meer op zo’n loterij.  Het geld verzamelt zich in alsmaar groter wordende hoeveelheden bij een alsmaar kleiner wordend deel van de bevolking. ‘Plutocrats, the rise of the new global super-rich and the fall of everyone else’ heet het boek dat Allen Lane erover schreef. Dat dit nog steeds niet tot woedende opstanden en sociale ontwrichting heeft geleid is misschien wel te danken aan dat ‘loterij-effect’. De typische American Dream gedachte steunt immers op dezelfde principes. De top is smal, maar iedereen heeft kans om er te komen. Van krantenjongen tot miljonair. De helden van de samenleving zijn de succesvolle bestijgers van de sociale ladder. Voorbeelden daarvan doen het nog steeds goed in de reclame, de film of de politiek. Dat het er steeds minder zijn lijkt niemand te deren. De kansen bij de start zijn immers, net als bij een loterij, voor iedereen gelijk. Of niet?
Paul Verhaeghe beschrijft in zijn boek 'Identiteit' (lees dat boek!) prachtig dat het bieden van gelijke kansen (terecht) een prominente doelstelling is geweest bij de emancipatie van achtergebleven bevolkingsgroepen. Niet het feit of je geboren wordt in een rijke, welvarende familie, maar de vraag of je talent hebt om iets toe te voegen aan de samenleving, bepaalt je mogelijkheden. Toegang tot (hoger) onderwijs maakt dat vanuit alle lagen in de bevolking het beste uit mensen naar boven kan worden gehaald. Dat is de mooie verdienste van een meritocratie. Op dit moment maken we echter kennis met een doorgeschoten variant daarvan: de ‘Enron-maatschappij’ waarin iedereen zich in een voortdurende onderlinge competitie bevindt. Een levenslange ratrace naar individueel succes.
Die ontwikkeling heeft zeker niet geleid tot de ‘klasseloze’ samenleving waarin iedereen zich vrij kan bewegen op de sociale ladder. Er blijken steeds duidelijker scheidslijnen te lopen tussen de verschillende lagen. Wat we eten , welke tv-zenders we kijken, welke namen we onze kinderen geven  en vooral waar we wonen geeft akelig precies aan tot welke groep we behoren. Bovendien wordt er ook ‘strategisch getrouwd’ binnen de eigen klasse (Jan Latten en Willem Botermans, vk 27 okt). Allemaal om de kansen voor ‘de onzen’ groter te maken en groter te houden.
Zo wordt de loterij op zijn minst een Postcode-Loterij…
En nog los van de vraag of de kans bij de start werkelijk voor iedereen hetzelfde is, schuilt er in onze maatschappij nóg een addertje onder het gras. Want ben je bij een loterij geheel afhankelijk van de trekking door de notaris, binnen het moderne ‘succes-is-een-keuze-paradigma’ heb je je Lot letterlijk zelf in eigen hand! Niet een ander, maar alleen jijzelf bepaalt of je lot winnend is. Alles is immers mogelijk, als je er maar werkelijk voor gaat…
De gevaarlijke achterkant van de Loterij-gedachte is dat we ons geen zorgen hoeven maken om de verliezers. Als de kansen voor iedereen gelijk heten te zijn en je bovendien zelf grote invloed hebt op je Lot, dan is de enige boodschap voor hen die nog niet wonnen: blijven proberen! Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ontdek je ware talent, zet je schouders eronder en ga ervoor!
Onze branche doet er vrolijk en stevig aan mee als we niet uitkijken…
 

vrijdag 5 oktober 2012

Hoe word ik een Goeroe? (Modellenbingo 4)


De workshops die ik regelmatig geef over de Modellenbingo, hebben altijd als ondertitel: Hoe word ik mijn eigen Goeroe? De toon ervan is (dat zal niemand meer verbazen) ironisch en luchtig. Dat heeft alles te maken met mijn gezonde argwaan tegen de pretenties van de meeste Management-Goeroes en hun modellen. Met hun zelfgekozen venster op de werkelijkheid gaan ze het liefst alle voorkomende communicatie- leiderschap- of andere organisatieproblemen te lijf.
 
Immers: ‘Voor Jantje met zijn nieuwe hamer is alles een spijker’.

Minstens zo irritant is het verdienmodel waarmee de eigenaren van succesvolle Modellen hun geld bij elkaar harken. In vrijwel alle gevallen schuilt de kern in een soort ‘licentie-stapeling’: Bij de Stijlen of Types die zijn gecreëerd hoort immers altijd een Test die uitwijst tot welk Type je behoort. Een Test die uiteraard per keer gekocht moet worden (meestal voor trainers en coaches geen probleem, omdat ze die prijs al dan niet met opslag doorberekenen aan hun klanten). Maar natuurlijk moet je als trainer wel over een licentie beschikken om de Test te mogen afnemen en de uitslag te kunnen interpreteren.

Wat een verrassing: er zijn (kostbare) licentie-trainingen te koop, waarin je volledig wordt ingewijd in de geheimen van het Model en de Test. In de slimste constructies moet je vervolgens als trainer aantonen dat je genoeg ‘Vlieguren maakt’ (lees: Testjes koopt/verkoopt) om je licentie te behouden. Anders loop je de kans dat je opnieuw een training moet volgen…

Tot slot is er vaak een optie om ‘hogerop’  te komen in de Goeroe-hiërarchie. Van Practitioner naar Master, al dan niet via de nodige, middels steeds duurder wordende trainingen te verwerven, tussenstappen… Lonkend perspectief is de positie waarin je als Master zelf weer licentie-trainingen kunt gaan geven aan nieuwe volgers. Niet zelden geeft het aanbrengen van nieuwe deelnemers voor de ‘Basistraining’  je grote korting bij het zelf volgen van de Master-opleiding. In de tenenkrommendste varianten is het aanbrengen van nieuwe deelnemers zelfs een vereiste om mee te mogen doen.

Ik zeg niet dat al die constructies bedenkelijke Piramide-spelen zijn, maar het lijkt er vaak wel verdacht veel op…

Met de Modellenbingo in de hand weten we inmiddels hoe eenvoudig het is om zelf een Model te bouwen en verhaaltjes te bedenken bij de verschillende Types. Wat nog ontbrak was een goeie bijbehorende Test. Gelukkig is daarvoor op internet gratis en voor niets eenvoudige software beschikbaar (het verdienmodel zit daar uiteraard in de upgrades die je kunt kopen...)

Dus daarom deze keer stap 3 op weg naar het Goeroe-schap: Maak je eigen Test! Verzin bij de twee assen uit je model een serie stellingen waaruit gekozen moet worden en waardoor de invuller steeds punten scoort op 1 van beide polen. Maak als uitslag van de test een korte beschrijving per Type en vul dat aan met ‘tips’, waarvoor je de ingrediënten haalt uit het schuin tegenoverliggende kwadrant (denk aan de Uitdaging van Ofman). Appeltje eitje en alweer ontzettend leuk om te doen.

Ter inspiratie: Doe de test die ik recent maakte voor een nieuw programma bij de Baak over Invloed in complexe situaties. En verbaas je erover hoe grappig het is om te merken dat de uitslag ‘klopt’, terwijl we natuurlijk inmiddels weten dat we er echt alleen maar uitkrijgen wat we er zelf instoppen. Een test heeft nu eenmaal een geheimzinnige kracht, alsof het iets onthult dat je van jezelf nog niet wist. De omweg van de stellingen en de score die onzichtbaar op de achtergrond meeloopt, werkt als een mysterieuze quasi-wetenschappelijke mist waardoor je blij verrast bent dat daaruit opeens een helder herkenbaar beeld van jezelf opdoemt.

Andersom zou natuurlijk ook kunnen: Meteen de types verklappen inclusief hun beschrijvingen en vervolgens slechts 1 vraag stellen: In welk type herkent u zich het meest?

Dat zou wel zo eerlijk zijn, maar het is een stuk minder spannend. En er valt geen verdienmodel op te bouwen….

Leren werken met de modellen en testjes die anderen hebben bedacht is natuurlijk prima. Maar het zelf bouwen van een model en het bedenken van relevante stellingen waarmee je een eigen bijbehorende test kunt maken is van een andere orde. Mijn overtuiging is dat je op die manier een dieper inzicht krijgt in het thema dat je gekozen hebt, waarbij je tegelijkertijd een prettige relativering behoudt omdat je volledig weet hoe het ‘achter de schermen’  werkt. Het hele bouwwerk is en blijft niet meer en niet minder dan een slim gekozen constructie. En vooral die relativering mis ik bij de gevestigde Goeroes.

Kortom: De weg naar je eigen Goeroe-schap ligt nu definitief geheel open. Doe er je voordeel mee en stuur even een cc-tje als het aantal licenties dat je hebt verkocht de 100 gepasseerd is. Dan beloof ik dat ik er een relativerende Blog aan wijd….

woensdag 19 september 2012

Loser?

Gister werd ik gebeld door een journalist van Trouw. Vraag was of iemand namens de Baak wilde reageren op het nieuws dat Ton Büchner, de topman van Akzo Nobel, tijdelijk terugtreedt vanwege oververmoeidheid.  Voorafgaand aan dat gesprek had ik al even gegoogled en gezien dat de koers van Akzo Nobel binnen een uur na het persbericht al scherp gedaald was. Ook de eerste internetkoppen hadden als teneur dat dit bericht een risico, een bedreiging vormde voor de onderneming en de aandeelhouders. En dat de topman kennelijk was ‘bezweken onder de druk’ terwijl hij toch bestand zou moeten zijn geweest tegen de eisen die het CEO-schap van een beursgenoteerde onderneming aan je stelt.
Vandaag werd op een beleggerssite al meteen de stelling gelanceerd dat Ton Büchner maar beter helemaal thuis kan blijven…

Tegelijkertijd kreeg ik de tip om de laatste aflevering van VPRO’s‘Boeken’ even terug te kijken. Wim Brands sprak daarin met Paul Verhaeghe over diens laatste boek ‘Identiteit’. Verhaeghe beschrijft de schadelijke achterkant van onze hedendaagse ‘Enron-cultuur’ waarin iedereen in een voortdurende concurrentiestrijd wordt uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen. Keerzijde is een toenemende eenzaamheid, een sterker wordend gevoel van ‘er niet toe doen’, als het je niet lukt om succesvol te zijn. Onze hele maatschappij raakt doordrenkt van het idee dat succes maakbaar is en falen dus een kwestie van Eigen Schuld is. Verhaeghe: ‘In Vlaanderen is ‘Loser!’ het meest gebruikte scheldwoord onder kinderen van 7 tot 12 jaar.’

Ik vermoed dat dat in Nederland niet anders is.

En dat is dus wat er gebeurt: Een open en eerlijk bericht over de toestand van de topman van Akzo Nobel wordt binnen no-time uitgelegd als een teken van zwakte, als de vervelende oorzaak van (koers-)verlies van een half miljard euro en als een risico voor het succes van de onderneming. Op het schoolplein van internetsites wordt vervolgens onmiddellijk een conclusie getrokken: Loser!

Voorafgaand aan het uitdoen van het persbericht is er ongetwijfeld een moment van overleg en afweging geweest binnen Akzo Nobel. Wat brengen we naar buiten? Welke reacties zal dat oproepen?  Laten we het daarvan afhangen of en wat we melden over de situatie van Ton?

De keuze om ‘gewoon te vertellen hoe het zit’ zal ongetwijfeld voor- en tegenstanders hebben gekend. De tegenstanders houden vandaag wellicht de kranten met de beurskoersen omhoog: ‘Heb je nou je zin? Ik zei toch dat we het niet moesten doen?’ 

Te vrezen valt dat dit voorbeeld de komende tijd weinig navolging zal krijgen en dat (nog) voorzichtiger omgegaan wordt met het naar buiten brengen van wat er werkelijk aan de hand is.

Te hopen valt dat we op langere termijn terug kunnen kijken op deze case, als een eerste teken van verandering. Een eerste moedige poging om niet te buigen voor die korte termijn reacties, maar te handelen vanuit de overtuiging dat eerlijkheid en transparantie, ook en juist op dit soort onderwerpen, de betrouwbaarheid op lange termijn vergroot en daarmee de continuïteit van een onderneming dient.
 
De toekomst zal uitwijzen of Ton Büchner dan nog steeds de Loser is waarvoor hij nu zo kortzichtig wordt uitgemaakt...

donderdag 23 augustus 2012

Patroonherkenning (Modellenbingo 3)

Dat ons vak bol staat van de Modellen is geen nieuws. Vooral de 2-assen-4-kwadranten-versies zijn populair, ik schreef er al eerder over. Allemaal niet zo erg als je ze maar met de nodige luchtigheid weet te relativeren. Want het vervelende van de 2-assen-4-kwadranten-modelletjes is dat ze de inhoud al vastleggen. De modelbouwer heeft bepaald welke assen relevant zijn (en dus ook welke niet). Je bekijkt de werkelijkheid door een heel beperkte bril, die je ook nog eens door een ander wordt opgezet. Eigenlijk is het niet eens een bril, maar een set oogkleppen…

Hetzelfde geldt voor de ‘typologie-indelingen’. Ook daar krioelt het van. En al ontstijgen ze vaak de 4 kwadranten, er is altijd een beperkte set van mogelijkheden om uit te kiezen. Een vragenlijst bepaalt tot welk type je behoort, of wat je ‘persoonlijk profiel’ is als combinatie van de verschillende types. Bekende voorbeelden zijn de 9 typen uit het Enneagram, de Waardenkleuren uit Spiral Dynamics (en daarvan afgeleide varianten als Management Drives, WaardenManagement etc), de Denkhoeden van de Bono, of de Teamrollen van Belbin.

Maar stel nu dat ik mezelf, op basis van zelfkennis en feed-back van anderen, zou omschrijven als een typische ‘Cameraman’. Nooit op de voorgrond in groepen, maar wel alles goed registrerend. Met het vermogen om in te zoomen op details, maar ook in staat om in een ‘totaalshot’ het hele plaatje te overzien. En met oog voor perspectief, voor het effect van verschillende standpunten en invalshoeken. Klinkt best aannemelijk, toch?

Het probleem is dat een trainer/coach bij het lezen van de uitslag van mijn ‘Belbin-test’ nooit verbaasd zal uitroepen: ‘Niet te geloven! Je valt buiten de beschreven rollen en je blijkt een echte Cameraman!’ Dat kan niet. De Cameraman is als optie niet in het model gestopt en kan er dus ook nooit uitkomen. Ik zal het altijd moeten doen met een door Belbin voorgekookte rol als ‘Bedrijfsman’, ‘Waarschuwer’ of ‘Plant(!)’ of, als het model er echt geen chocola van kan maken, met een vage combinatie daarvan. Maar dan nog zal dat voor de ware Belbin-believer geen reden zijn om te twijfelen. Conclusie is dan waarschijnlijk: ‘Interessant, je bent aanspreekbaar op meerdere rollen’.

Leuker dan dit soort ‘Gesloten Modellen’ zijn daarom de ‘Open’ varianten.  Ze geven geen beperkte opsomming van typen of stijlen, maar zijn ‘slechts’ een instrument om je eigen type te definieren. Ze laten de inhoud over aan jou als gebruiker. Zo word je bij Kernkwaliteiten vanuit een zelfgekozen Kwaliteit door het model ‘geleid’ naar je Valkuil (doorgeschoten variant van) of Allergie (negatief tegenovergestelde van).

Het krachtigste voorbeeld van een ‘open’ model vind ik de ‘Archetypen’ van Senge. Hij beschrijft in zijn boek ‘De 5e Discipline’ een aantal veel voorkomende patronen in organisaties. In elkaar grijpende oorzaak-gevolg-relaties die ervoor zorgen dat problemen hardnekkig blijven terugkeren. Die patronen heeft hij gevisualiseerd en beschreven. Zo laat hij in ‘Afschuiven van de last’ zien dat het doen van logische en voor de hand liggende ingrepen het (onderliggende) probleem vaak juist versterkt. Het schieten in korte termijn oplossingen zorgt er immers voor dat de noodzaak om te onderzoeken wat er echt aan de hand is weer even verdwijnt.

Voorbeeld: als manager controleer je, om fouten te voorkomen, alle offertes voordat ze naar de klant gaan. Dat lijkt maar goed ook, want je vindt altijd wel wat! Je scherpe blik zorgt er helaas wel voor dat de hele afdeling erop vertrouwt dat jij alle onvolkomenheden, hoe klein ook, er wel uit zult halen. En dus blijven ze fouten maken...

Hoe succesvoller de korte termijn aanpak, hoe groter de remmende werking op de structurele oplossing. Het veroorzaakt een ‘verslavingscyclus’ van eeuwigdurend brandjes blussen. En helaas wordt de rol van ‘Brandweerman’ ook nog eens hogelijk gewaardeerd in de meeste organisaties. Veel managers, professionals en adviesburo’s ontlenen er met plezier en succes hun status aan...

Heb je eenmaal oog voor dit soort patronen dan vallen heel veel verschillende inhoudelijke vraagstukken opeens op hun plek. En het visualiseren en boven tafel halen van het patroon is een eerste waardevolle stap in het vergroten van de kans om het ooit te doorbreken. Arend Ardon schreef er recent een helder en praktisch boek over.

Systemisch kijken, patronen leren herkennen en terugkerende cirkels doorbreken. Dat is leren en veranderen van een andere orde. Natuurlijk vormt ‘systemisch kijken’ in zichzelf ook weer een aparte, beperkte bril. Maar dan wel een soort ‘multifocale’, waar je (ik) weer een tijdje mee vooruit kunt…