woensdag 6 maart 2013

Klopt het? Werkt het? Deugt het?


Klopt het? Werkt het? Deugt het? Met deze drie vragen gaat mijn collega Jules Koster al jarenlang vraagstukken bij klanten te lijf. En ik begrijp steeds beter wat hij ermee bedoelt en beoogt. Het zijn essentiële vragen die elke professional ook zichzelf regelmatig zou moeten stellen.
In ons vak wordt de vraag ‘Klopt het?’ zelden gesteld. Elke trainer verzamelt in de loop der jaren zo zijn eigen modelletjes, heeft zijn eigen voorkeuren en hangt een bepaald patroon van ideeën overtuigingen en aannames aan, die hij zelden expliciteert. Ik schreef er al eerder over. Als je daar als collega opmerkingen over maakt en probeert te onderzoeken of al die aannames ook kloppen, raak je meestal verward in een discussie over de relevantie van Waarheid. Veelgehoord: ‘Feiten, feiten, ik vind ze niet zo relevant. Wetenschap is tenslotte ook maar een Mening’. Of ‘Tsja, of het waar is kun je niet bewijzen, maar je kunt ook niet bewijzen dat het NIET waar is, dus...’. De Moeder aller drogredeneringen.  Mocht je als deelnemer de euvele moed hebben om de aannames van een trainer in twijfel te trekken dan loop je natuurlijk nog een ander risico. ‘Kennelijk is het altijd ter discussie stellen van wat anderen zeggen een Thema voor je. Een beschermingsmechanisme waardoor je jezelf ook iets onthoudt... Ik stel voor dat we samen onderzoeken waar je nu eigenlijk  precies bang voor bent..’ of TrainersTaal van gelijke strekking.
Wat mij betreft zou elke trainer de vraag ‘Klopt het wat ik doe?’ regelmatig moeten stellen. En dan vooral aan zichzelf natuurlijk.
Werkt het? is wel een veelbesproken vraag in de trainingsbranche. Een eindeloze reeks onderzoeken probeert erachter te komen wat het werkelijke effect van trainen nu precies is. Sommige buro’s introduceren een scala aan instrumenten waarmee dat effect aangetoond zou kunnen worden. Uiteraard altijd wel instrumenten waar de klant weer apart voor moet betalen…  Er wordt effect op verschillende nivo’s gesuggereerd. Effect op het individu en op de organisatie, op korte en lange termijn etc. Iedereen is op zoek naar de heilige Graal van Diepgaand, Blijvend en Duurzaam effect. Al die soorten effect maken het eigenlijk steeds eenvoudiger om de hamvraag te vermijden. Als individuele deelnemers geen direct effect benoemen, vallen we terug op het argument dat ‘Trainen op Zich’ op lange termijn de betrokkenheid en loyaliteit van medewerkers verhoogt. Of bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de organisatie voor nieuw talent. Als het effect ogenschijnlijk negatief is omdat bijvoorbeeld veel deelnemers na afloop een ander baan gaan zoeken, dan hanteren we het argument dat daarmee een hoop ellende is voorkomen. ‘Het heeft slechts een proces versneld dat zich onherroepelijk toch had voltrokken’.  Eigenlijk is de helpende redenering dezelfde als bij marketing: Trainen werkt waarschijnlijk voor 50%. Je weet alleen nooit van tevoren welke 50%....

Het werkelijke effect van een training is gelukkig ook helemaal niet aan te tonen. Daarvoor is de menselijke natuur en de complexe sociale context waarin hij opereert veel te ingewikkeld en onvoorspelbaar. Zeker op dit punt past ons daarom een hoge mate van bescheidenheid.
Deugt het? is misschien wel de meest relevante vraag in het huidige tijdsgewricht. Ook voor ons. Zeker voor ons. Wij waren er immers bij met al onze leiderschapsprogramma’s toen een hele branche, waarin onze grootste klanten zaten, richting de afgrond stormde. Hebben wij onze klanten en deelnemers dan wel de goeie vragen gesteld? Hebben we enig tegenwicht geboden tegen de zich opbouwende Bubble, voordat die uiteen spatte?  Wiens belang hebben we uiteindelijk gediend? Dat van onze deelnemers? Van de organisaties waar ze werkten? Hoe dachten wij zelf dan over de effecten op klanten, op de samenleving als geheel? Welke verantwoordelijkheid hebben wij daarbij eigenlijk? Zeker, we hebben er jaren een goeie boterham aan verdiend, maar was het ons dan alleen daarom begonnen?

Lerend van de crisis waarin we ons nog steeds bevinden, vind ik de belangrijkste opdracht voor ons Vak:  het vergroten van het ‘zelfreinigend vermogen’ van organisaties. Het trainen van leiders en professionals, opdat ze de moed hebben om ongemakkelijke vragen te stellen. Aan zichzelf en aan anderen.  En laten we dan als trainers minimaal proberen het goeie voorbeeld te geven.
Trainen. Klopt het? Werkt het? Deugt het? Wie het weet mag het zeggen...

 

vrijdag 4 januari 2013

Artsen met grenzen?


Laatst hoorde ik op radio 1 een interview met een student die back-packend in Turkije besloten had zijn laatste geld te besteden aan dekens. Vervolgens was hij de grens met Syrië  overgestoken om ze uit te gaan delen in Aleppo. Even terug in Nederland probeerde hij zoveel mogelijk geld in te zamelen, zodat hij snel met nog veel meer dekens terug kon keren naar Syrië.
De toon van de interviewer bevatte vooral verbaasde bewondering. Of hij niet bang was geweest, hoe hij zijn weg vond in Syrië en in de stad en hoe hij beoordeelde aan wie hij de dekens uitdeelde? Het verhaal was van een verbluffende eenvoud. Je zoekt iemand die je naar Aleppo wil rijden, loopt een huis binnen en ziet aan het interieur wel of er dekens nodig zijn. En ja, natuurlijk werd er gevochten, maar als je niet direct aan het front zat, was het vrij makkelijk om je te bewegen door de vele wijken van de stad.

Het gesprek eindigde uiteraard met de gegevens van de website waarop je geld kon doneren voor deze actie. Ongetwijfeld hebben veel luisteraars dat gedaan. Waarom niet? Wat kan erop tegen zijn om deze moedige student te steunen in zijn directe, onbaatzuchtige actie van medemenselijkheid?
Ik vond het een verwarrend gesprek, omdat ik me ook verplaatste in de positie van de ouders van deze jongen. ‘Nee, die waren er niet echt blij mee’, zie hij tijdens het interview. Mijn eigen zoon is 16. Wat als hij over een paar jaar met een vergelijkbaar initiatief komt? Zou ik het trots doorvertellen en hem van harte ondersteunen? Of zou ik alles uit de kast halen om hem ervan te weerhouden? Dat laatste zou ongetwijfeld averechts kunnen uitpakken, maar toch is dat wat ik zou doen.

Het interview bevatte namelijk nog een intrigerende passage. De student werd gevraagd of hij dan geen hulporganisaties was tegengekomen, waarbij hij zich had kunnen aansluiten? ‘Nee’, was het antwoord. ‘Die hebben zich teruggetrokken uit het gebied omdat het te gevaarlijk werd’.  En zo kreeg het gesprek ook de lading van de dappere eenling tegenover de laffe instituties. Het ondernemende initiatief van de oprechte medemens, tegenover de stroperige georganiseerde collectiviteit van de hulpverlening. Voordeel van de student was natuurlijk ook de glasheldere transparantie van zijn actie. Geen millimeter overhead, geen cent aan de strijkstok. Elke euro gaat naar dekens en alle dekens rechtstreeks naar hen die het nodig hebben.
Het risico dat de student loopt is enorm en de consequenties als het misgaat zijn fataal en onomkeerbaar. Maar toch doet hij het. Elke keer als hij opnieuw met nog meer dekens naar Aleppo kan groeit waarschijnlijk zijn overtuiging dat het ook deze keer goed zal gaan, wat hem telkens sterker maakt om de risico’s opnieuw  aan te gaan.

Aan de andere kant lijkt dit proces van toenemende opofferingsbereidheid akelig precies op de  spiraal van toenemende grenzeloze ‘gokzucht’ die de bankiers uit de fascinerende Tegenlicht-documentaire van Joris Luijendijk doormaakten. Ook daar leidt elk succes tot het aandurven van (nog) grotere risico’s. En waarschijnlijk niet eens uit pure hebzucht of immorele statusdrift, maar eerder als uitkomst van een onontkoombaar fysiologisch proces van verslaving.
Dat lijkt een ongepaste vergelijking. Is de intentie van de student immers niet 180 graden anders dan die van de met andermans geld gokkende trader? Dat is op z’n zachtst gezegd toch appels met peren vergelijken? En die bankiers functioneerden toch juist wel in een groter collectief? De overeenkomst voor mij is dat in beide gevallen het corrigerend vermogen van een kritische context ontbreekt. In de banken omdat de individuele traders alle ruimte kregen en middels torenhoge bonussen alleen maar werden aangemoedigd om door te gaan. In het geval van de student omdat er niemand om hem heen staat die een grens trekt en die hem behoedt voor zijn eigen blinde vlekken. Daarom:  als we niet uitkijken fungeert een succesvolle ‘fundraising’, fungeren de toenemende donaties voor onze moedige student als precies dezelfde aanjager van een ontsporend proces van onverantwoorde risico’s nemen als de bonussen dat doen voor de bankiers….

Een goed en kritisch functionerend collectief is er om ruimte en ondersteuning te bieden aan de individuen die er werken. Maar ook om waar en wanneer nodig te functioneren als tegenkracht voor onstuimige dadendrang en toenemend risicovol gedrag.
Een organisatie als Artsen zonder Grenzen stelt daarom Grenzen vast voor haar Artsen. Letterlijk: tot Hier en niet verder. En dat is dus waarschijnlijk maar goed ook....

woensdag 28 november 2012

Krimp-Markt?


Het einde van het jaar nadert alweer en dus is het opnieuw flink  raak met reclamespotjes van ziektekostenverzekeraars. Ik maak me sterk dat binnenkort dr. Luijks ook weer een keertje voorbij komt…
De kosten in de zorg zijn dagelijks nieuws, zeker na het verhitte debat over de inkomensafhankelijke premie. Kern van het vraagstuk lijkt: hoe houden we de kosten binnen de perken?

De vraag waar ik niet uitkom is hoe deze kerndoelstelling van beperking en krimp zich verhoudt tot het bepleiten van (meer) marktwerking. Die combinatie geeft op zijn minst een paar rare effecten:
Marktdenken levert Klanten op die ‘waar voor hun geld willen’. Opticiens spelen daar nu handig op in met de boodschap: ‘Kijk snel of u nog recht heeft op een gratis bril!’. Die bril lijkt voor de individuele afnemer misschien gratis, maar wordt natuurlijk linksom of rechtsom gewoon betaald. Als iedere calculerende consument  de oproep volgt gaan de totale zorgkosten daarmee omhoog en niet omlaag…

Ook ziektekostenverzekeraars verleiden hun Klanten met ‘waar voor je geld-boodschappen’: Stel je eigen pakket samen! (bv geen kraamhulp meer als je al (genoeg) kinderen hebt..). Kom bij ons selecte voordelige gezelschap! (Polis voor Hoog Opgeleiden…). Ontvang je premie deels terug als je geen kosten maakt! (Alleen lage risicogroepen verzamelen…). Prima idee voor hen die ervan kunnen profiteren. Maar wat als dit een structurele verdeling wordt? De ‘Markt’ wordt dan aan de bovenkant laagje voor laagje afgeroomd. Alle solidariteit wordt eruit geknepen, net zolang totdat er een groep van ‘moeilijk  verzekerbaren’ overblijft waar geen enkele verzekeraar in geïnteresseerd is. De kans zal toenemen dat die zich helemaal niet meer verzekeren, omdat voor hen de premie uiteindelijk ongetwijfeld onbetaalbaar wordt. Is het weigeren van zorg aan hen dan het middel om de uiteindelijke doelstelling te realiseren? Hoe krijgen we anders de zorgkosten omlaag?
Maar het wonderlijkst vind ik toch het basis-idee dat Martkwerking zal bijdragen aan Krimp. In eerste instantie lijkt het Markt-argument gevoed door het bekende ‘ondernemers-optimisme’: Zie Problemen als een Uitdaging! In essentie is Marktdenken in de zorg het vervangen van ‘Zorgkosten’ als Probleem door ‘Zorgomzet’ als Uitdaging. Als ziekenhuizen zich gaan gedragen als goeie ondernemers zullen ze effectiever en efficienter gaan werken. Beloning voor dat gedrag is…. Meer omzet! Per ziekenhuis levert dat wellicht voordeel op: goede zorg tegen acceptabele kosten. Maar als het in de volle breedte ‘lukt’, dan zal deze branche als geheel natuurlijk snel groeien. Goed voorbeeld doet goed volgen, dus als het ondernemerschap aanstekelijk werkt kan iedereen succesvol Zorgondernemer worden. Hoera! Of niet? De Omzet in het Martkdenken is immers toch nog steeds precies gelijk aan de Kosten in de oorspronkelijke formulering?  En die zou dan gaan dalen? Welke Markt krimpt er nu vrijwillig? In welke Winkel hoort de klant: 'We verkopen het wel, maar u krijgt het niet, want dan loopt de totale omzet in onze branche teveel op…'. Bestaan er soms succesverhalen van vrolijke ondernemers die in snel tempo gezamenlijk de markt laten slinken en terugbrengen naar een nivo van decennia geleden?

Voorbeelden van jarenlange Marktwerking die tot uiteindelijk tot krimp leidt zijn er natuurlijk best. Enorme Krimp zelfs. De Bankencrisis en de Vastgoedcrisis zijn de meest recente….  Maar het lijkt me toch stug dat dat de Krimp is in de Zorgmarkt die we voor ogen hebben. Hoewel….
Nog een bericht in de krant van vandaag: Ook aan de onderkant van de 'markt’ lijken kansen te liggen voor zorg-ondernemers.  Zorgverzekeraar Zorgeloos (ik verzin het echt niet) biedt polissen aan waarin je het eigen risico  kunt afkopen. Een ‘uitkomst voor chronisch zieke’, meldt de kop. Aan het eind van het artikel nog een kleine kritische noot: ‘ASR (waar de verzekeringen worden ondergebracht) is niet bang dat de polis ‘alleen maar slechte risico’s zal aantrekken’,  zegt het bedrijf, omdat het zich vooral richt op internet en bijvoorbeeld adverteert op radiozenders voor een jonger publiek zoals 538…’

Ik denk echt niet dat de verkopers van deze polissen op torenhoge  targets staan en er binnen ‘Zorgeloos’  een bonuscultuur heerst. En ik heb geen idee of je dit soort polissen ook kunt ‘versnijden tot ogenschijnlijk aantrekkelijke Zorg-AAA-pakketjes’, maar de analogie met de verkoop van subprime-hypotheken schiet mij wel verdacht snel te binnen….
De Zorgkosten zijn ons gezamenlijke probleem. Dat zullen we gezamenlijk moeten oplossen. Als burgers. Marktwerking lijkt er een individuele uitdaging van te maken. Van individuele Klanten en van individuele Ondernemers. Dat kan natuurlijk, maar daar is misschien Zorg net te kostbaar voor….

 P.S. Ik bleek niet de enige die verbaasd was over het initiatief van Zorgeloos. Al na 1 dag is de stekker eruit getrokken...

zondag 28 oktober 2012

Postcode Loterij?


Uit de speltheorie is bekend dat een loterij populairder wordt naarmate de hoofdprijs groter is. We doen liever mee wanneer we een hele kleine kans maken op een extreem hoog bedrag, dan wanneer de kans om een ‘bescheiden’ hoofdprijs te winnen een stuk hoger is. We realiseren ons kennelijk wel dat de kans dat we winnen zeer gering is, maar de aantrekkingskracht gaat uit van de irreële, maar hoopvolle gedachte ‘stel je nu eens voor dat…’
Na een paar decennia neoliberalisme lijkt onze hele samenleving steeds meer op zo’n loterij.  Het geld verzamelt zich in alsmaar groter wordende hoeveelheden bij een alsmaar kleiner wordend deel van de bevolking. ‘Plutocrats, the rise of the new global super-rich and the fall of everyone else’ heet het boek dat Allen Lane erover schreef. Dat dit nog steeds niet tot woedende opstanden en sociale ontwrichting heeft geleid is misschien wel te danken aan dat ‘loterij-effect’. De typische American Dream gedachte steunt immers op dezelfde principes. De top is smal, maar iedereen heeft kans om er te komen. Van krantenjongen tot miljonair. De helden van de samenleving zijn de succesvolle bestijgers van de sociale ladder. Voorbeelden daarvan doen het nog steeds goed in de reclame, de film of de politiek. Dat het er steeds minder zijn lijkt niemand te deren. De kansen bij de start zijn immers, net als bij een loterij, voor iedereen gelijk. Of niet?
Paul Verhaeghe beschrijft in zijn boek 'Identiteit' (lees dat boek!) prachtig dat het bieden van gelijke kansen (terecht) een prominente doelstelling is geweest bij de emancipatie van achtergebleven bevolkingsgroepen. Niet het feit of je geboren wordt in een rijke, welvarende familie, maar de vraag of je talent hebt om iets toe te voegen aan de samenleving, bepaalt je mogelijkheden. Toegang tot (hoger) onderwijs maakt dat vanuit alle lagen in de bevolking het beste uit mensen naar boven kan worden gehaald. Dat is de mooie verdienste van een meritocratie. Op dit moment maken we echter kennis met een doorgeschoten variant daarvan: de ‘Enron-maatschappij’ waarin iedereen zich in een voortdurende onderlinge competitie bevindt. Een levenslange ratrace naar individueel succes.
Die ontwikkeling heeft zeker niet geleid tot de ‘klasseloze’ samenleving waarin iedereen zich vrij kan bewegen op de sociale ladder. Er blijken steeds duidelijker scheidslijnen te lopen tussen de verschillende lagen. Wat we eten , welke tv-zenders we kijken, welke namen we onze kinderen geven  en vooral waar we wonen geeft akelig precies aan tot welke groep we behoren. Bovendien wordt er ook ‘strategisch getrouwd’ binnen de eigen klasse (Jan Latten en Willem Botermans, vk 27 okt). Allemaal om de kansen voor ‘de onzen’ groter te maken en groter te houden.
Zo wordt de loterij op zijn minst een Postcode-Loterij…
En nog los van de vraag of de kans bij de start werkelijk voor iedereen hetzelfde is, schuilt er in onze maatschappij nóg een addertje onder het gras. Want ben je bij een loterij geheel afhankelijk van de trekking door de notaris, binnen het moderne ‘succes-is-een-keuze-paradigma’ heb je je Lot letterlijk zelf in eigen hand! Niet een ander, maar alleen jijzelf bepaalt of je lot winnend is. Alles is immers mogelijk, als je er maar werkelijk voor gaat…
De gevaarlijke achterkant van de Loterij-gedachte is dat we ons geen zorgen hoeven maken om de verliezers. Als de kansen voor iedereen gelijk heten te zijn en je bovendien zelf grote invloed hebt op je Lot, dan is de enige boodschap voor hen die nog niet wonnen: blijven proberen! Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ontdek je ware talent, zet je schouders eronder en ga ervoor!
Onze branche doet er vrolijk en stevig aan mee als we niet uitkijken…
 

vrijdag 5 oktober 2012

Hoe word ik een Goeroe? (Modellenbingo 4)


De workshops die ik regelmatig geef over de Modellenbingo, hebben altijd als ondertitel: Hoe word ik mijn eigen Goeroe? De toon ervan is (dat zal niemand meer verbazen) ironisch en luchtig. Dat heeft alles te maken met mijn gezonde argwaan tegen de pretenties van de meeste Management-Goeroes en hun modellen. Met hun zelfgekozen venster op de werkelijkheid gaan ze het liefst alle voorkomende communicatie- leiderschap- of andere organisatieproblemen te lijf.
 
Immers: ‘Voor Jantje met zijn nieuwe hamer is alles een spijker’.

Minstens zo irritant is het verdienmodel waarmee de eigenaren van succesvolle Modellen hun geld bij elkaar harken. In vrijwel alle gevallen schuilt de kern in een soort ‘licentie-stapeling’: Bij de Stijlen of Types die zijn gecreëerd hoort immers altijd een Test die uitwijst tot welk Type je behoort. Een Test die uiteraard per keer gekocht moet worden (meestal voor trainers en coaches geen probleem, omdat ze die prijs al dan niet met opslag doorberekenen aan hun klanten). Maar natuurlijk moet je als trainer wel over een licentie beschikken om de Test te mogen afnemen en de uitslag te kunnen interpreteren.

Wat een verrassing: er zijn (kostbare) licentie-trainingen te koop, waarin je volledig wordt ingewijd in de geheimen van het Model en de Test. In de slimste constructies moet je vervolgens als trainer aantonen dat je genoeg ‘Vlieguren maakt’ (lees: Testjes koopt/verkoopt) om je licentie te behouden. Anders loop je de kans dat je opnieuw een training moet volgen…

Tot slot is er vaak een optie om ‘hogerop’  te komen in de Goeroe-hiërarchie. Van Practitioner naar Master, al dan niet via de nodige, middels steeds duurder wordende trainingen te verwerven, tussenstappen… Lonkend perspectief is de positie waarin je als Master zelf weer licentie-trainingen kunt gaan geven aan nieuwe volgers. Niet zelden geeft het aanbrengen van nieuwe deelnemers voor de ‘Basistraining’  je grote korting bij het zelf volgen van de Master-opleiding. In de tenenkrommendste varianten is het aanbrengen van nieuwe deelnemers zelfs een vereiste om mee te mogen doen.

Ik zeg niet dat al die constructies bedenkelijke Piramide-spelen zijn, maar het lijkt er vaak wel verdacht veel op…

Met de Modellenbingo in de hand weten we inmiddels hoe eenvoudig het is om zelf een Model te bouwen en verhaaltjes te bedenken bij de verschillende Types. Wat nog ontbrak was een goeie bijbehorende Test. Gelukkig is daarvoor op internet gratis en voor niets eenvoudige software beschikbaar (het verdienmodel zit daar uiteraard in de upgrades die je kunt kopen...)

Dus daarom deze keer stap 3 op weg naar het Goeroe-schap: Maak je eigen Test! Verzin bij de twee assen uit je model een serie stellingen waaruit gekozen moet worden en waardoor de invuller steeds punten scoort op 1 van beide polen. Maak als uitslag van de test een korte beschrijving per Type en vul dat aan met ‘tips’, waarvoor je de ingrediënten haalt uit het schuin tegenoverliggende kwadrant (denk aan de Uitdaging van Ofman). Appeltje eitje en alweer ontzettend leuk om te doen.

Ter inspiratie: Doe de test die ik recent maakte voor een nieuw programma bij de Baak over Invloed in complexe situaties. En verbaas je erover hoe grappig het is om te merken dat de uitslag ‘klopt’, terwijl we natuurlijk inmiddels weten dat we er echt alleen maar uitkrijgen wat we er zelf instoppen. Een test heeft nu eenmaal een geheimzinnige kracht, alsof het iets onthult dat je van jezelf nog niet wist. De omweg van de stellingen en de score die onzichtbaar op de achtergrond meeloopt, werkt als een mysterieuze quasi-wetenschappelijke mist waardoor je blij verrast bent dat daaruit opeens een helder herkenbaar beeld van jezelf opdoemt.

Andersom zou natuurlijk ook kunnen: Meteen de types verklappen inclusief hun beschrijvingen en vervolgens slechts 1 vraag stellen: In welk type herkent u zich het meest?

Dat zou wel zo eerlijk zijn, maar het is een stuk minder spannend. En er valt geen verdienmodel op te bouwen….

Leren werken met de modellen en testjes die anderen hebben bedacht is natuurlijk prima. Maar het zelf bouwen van een model en het bedenken van relevante stellingen waarmee je een eigen bijbehorende test kunt maken is van een andere orde. Mijn overtuiging is dat je op die manier een dieper inzicht krijgt in het thema dat je gekozen hebt, waarbij je tegelijkertijd een prettige relativering behoudt omdat je volledig weet hoe het ‘achter de schermen’  werkt. Het hele bouwwerk is en blijft niet meer en niet minder dan een slim gekozen constructie. En vooral die relativering mis ik bij de gevestigde Goeroes.

Kortom: De weg naar je eigen Goeroe-schap ligt nu definitief geheel open. Doe er je voordeel mee en stuur even een cc-tje als het aantal licenties dat je hebt verkocht de 100 gepasseerd is. Dan beloof ik dat ik er een relativerende Blog aan wijd….

woensdag 19 september 2012

Loser?

Gister werd ik gebeld door een journalist van Trouw. Vraag was of iemand namens de Baak wilde reageren op het nieuws dat Ton Büchner, de topman van Akzo Nobel, tijdelijk terugtreedt vanwege oververmoeidheid.  Voorafgaand aan dat gesprek had ik al even gegoogled en gezien dat de koers van Akzo Nobel binnen een uur na het persbericht al scherp gedaald was. Ook de eerste internetkoppen hadden als teneur dat dit bericht een risico, een bedreiging vormde voor de onderneming en de aandeelhouders. En dat de topman kennelijk was ‘bezweken onder de druk’ terwijl hij toch bestand zou moeten zijn geweest tegen de eisen die het CEO-schap van een beursgenoteerde onderneming aan je stelt.
Vandaag werd op een beleggerssite al meteen de stelling gelanceerd dat Ton Büchner maar beter helemaal thuis kan blijven…

Tegelijkertijd kreeg ik de tip om de laatste aflevering van VPRO’s‘Boeken’ even terug te kijken. Wim Brands sprak daarin met Paul Verhaeghe over diens laatste boek ‘Identiteit’. Verhaeghe beschrijft de schadelijke achterkant van onze hedendaagse ‘Enron-cultuur’ waarin iedereen in een voortdurende concurrentiestrijd wordt uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen. Keerzijde is een toenemende eenzaamheid, een sterker wordend gevoel van ‘er niet toe doen’, als het je niet lukt om succesvol te zijn. Onze hele maatschappij raakt doordrenkt van het idee dat succes maakbaar is en falen dus een kwestie van Eigen Schuld is. Verhaeghe: ‘In Vlaanderen is ‘Loser!’ het meest gebruikte scheldwoord onder kinderen van 7 tot 12 jaar.’

Ik vermoed dat dat in Nederland niet anders is.

En dat is dus wat er gebeurt: Een open en eerlijk bericht over de toestand van de topman van Akzo Nobel wordt binnen no-time uitgelegd als een teken van zwakte, als de vervelende oorzaak van (koers-)verlies van een half miljard euro en als een risico voor het succes van de onderneming. Op het schoolplein van internetsites wordt vervolgens onmiddellijk een conclusie getrokken: Loser!

Voorafgaand aan het uitdoen van het persbericht is er ongetwijfeld een moment van overleg en afweging geweest binnen Akzo Nobel. Wat brengen we naar buiten? Welke reacties zal dat oproepen?  Laten we het daarvan afhangen of en wat we melden over de situatie van Ton?

De keuze om ‘gewoon te vertellen hoe het zit’ zal ongetwijfeld voor- en tegenstanders hebben gekend. De tegenstanders houden vandaag wellicht de kranten met de beurskoersen omhoog: ‘Heb je nou je zin? Ik zei toch dat we het niet moesten doen?’ 

Te vrezen valt dat dit voorbeeld de komende tijd weinig navolging zal krijgen en dat (nog) voorzichtiger omgegaan wordt met het naar buiten brengen van wat er werkelijk aan de hand is.

Te hopen valt dat we op langere termijn terug kunnen kijken op deze case, als een eerste teken van verandering. Een eerste moedige poging om niet te buigen voor die korte termijn reacties, maar te handelen vanuit de overtuiging dat eerlijkheid en transparantie, ook en juist op dit soort onderwerpen, de betrouwbaarheid op lange termijn vergroot en daarmee de continuïteit van een onderneming dient.
 
De toekomst zal uitwijzen of Ton Büchner dan nog steeds de Loser is waarvoor hij nu zo kortzichtig wordt uitgemaakt...

donderdag 23 augustus 2012

Patroonherkenning (Modellenbingo 3)

Dat ons vak bol staat van de Modellen is geen nieuws. Vooral de 2-assen-4-kwadranten-versies zijn populair, ik schreef er al eerder over. Allemaal niet zo erg als je ze maar met de nodige luchtigheid weet te relativeren. Want het vervelende van de 2-assen-4-kwadranten-modelletjes is dat ze de inhoud al vastleggen. De modelbouwer heeft bepaald welke assen relevant zijn (en dus ook welke niet). Je bekijkt de werkelijkheid door een heel beperkte bril, die je ook nog eens door een ander wordt opgezet. Eigenlijk is het niet eens een bril, maar een set oogkleppen…

Hetzelfde geldt voor de ‘typologie-indelingen’. Ook daar krioelt het van. En al ontstijgen ze vaak de 4 kwadranten, er is altijd een beperkte set van mogelijkheden om uit te kiezen. Een vragenlijst bepaalt tot welk type je behoort, of wat je ‘persoonlijk profiel’ is als combinatie van de verschillende types. Bekende voorbeelden zijn de 9 typen uit het Enneagram, de Waardenkleuren uit Spiral Dynamics (en daarvan afgeleide varianten als Management Drives, WaardenManagement etc), de Denkhoeden van de Bono, of de Teamrollen van Belbin.

Maar stel nu dat ik mezelf, op basis van zelfkennis en feed-back van anderen, zou omschrijven als een typische ‘Cameraman’. Nooit op de voorgrond in groepen, maar wel alles goed registrerend. Met het vermogen om in te zoomen op details, maar ook in staat om in een ‘totaalshot’ het hele plaatje te overzien. En met oog voor perspectief, voor het effect van verschillende standpunten en invalshoeken. Klinkt best aannemelijk, toch?

Het probleem is dat een trainer/coach bij het lezen van de uitslag van mijn ‘Belbin-test’ nooit verbaasd zal uitroepen: ‘Niet te geloven! Je valt buiten de beschreven rollen en je blijkt een echte Cameraman!’ Dat kan niet. De Cameraman is als optie niet in het model gestopt en kan er dus ook nooit uitkomen. Ik zal het altijd moeten doen met een door Belbin voorgekookte rol als ‘Bedrijfsman’, ‘Waarschuwer’ of ‘Plant(!)’ of, als het model er echt geen chocola van kan maken, met een vage combinatie daarvan. Maar dan nog zal dat voor de ware Belbin-believer geen reden zijn om te twijfelen. Conclusie is dan waarschijnlijk: ‘Interessant, je bent aanspreekbaar op meerdere rollen’.

Leuker dan dit soort ‘Gesloten Modellen’ zijn daarom de ‘Open’ varianten.  Ze geven geen beperkte opsomming van typen of stijlen, maar zijn ‘slechts’ een instrument om je eigen type te definieren. Ze laten de inhoud over aan jou als gebruiker. Zo word je bij Kernkwaliteiten vanuit een zelfgekozen Kwaliteit door het model ‘geleid’ naar je Valkuil (doorgeschoten variant van) of Allergie (negatief tegenovergestelde van).

Het krachtigste voorbeeld van een ‘open’ model vind ik de ‘Archetypen’ van Senge. Hij beschrijft in zijn boek ‘De 5e Discipline’ een aantal veel voorkomende patronen in organisaties. In elkaar grijpende oorzaak-gevolg-relaties die ervoor zorgen dat problemen hardnekkig blijven terugkeren. Die patronen heeft hij gevisualiseerd en beschreven. Zo laat hij in ‘Afschuiven van de last’ zien dat het doen van logische en voor de hand liggende ingrepen het (onderliggende) probleem vaak juist versterkt. Het schieten in korte termijn oplossingen zorgt er immers voor dat de noodzaak om te onderzoeken wat er echt aan de hand is weer even verdwijnt.

Voorbeeld: als manager controleer je, om fouten te voorkomen, alle offertes voordat ze naar de klant gaan. Dat lijkt maar goed ook, want je vindt altijd wel wat! Je scherpe blik zorgt er helaas wel voor dat de hele afdeling erop vertrouwt dat jij alle onvolkomenheden, hoe klein ook, er wel uit zult halen. En dus blijven ze fouten maken...

Hoe succesvoller de korte termijn aanpak, hoe groter de remmende werking op de structurele oplossing. Het veroorzaakt een ‘verslavingscyclus’ van eeuwigdurend brandjes blussen. En helaas wordt de rol van ‘Brandweerman’ ook nog eens hogelijk gewaardeerd in de meeste organisaties. Veel managers, professionals en adviesburo’s ontlenen er met plezier en succes hun status aan...

Heb je eenmaal oog voor dit soort patronen dan vallen heel veel verschillende inhoudelijke vraagstukken opeens op hun plek. En het visualiseren en boven tafel halen van het patroon is een eerste waardevolle stap in het vergroten van de kans om het ooit te doorbreken. Arend Ardon schreef er recent een helder en praktisch boek over.

Systemisch kijken, patronen leren herkennen en terugkerende cirkels doorbreken. Dat is leren en veranderen van een andere orde. Natuurlijk vormt ‘systemisch kijken’ in zichzelf ook weer een aparte, beperkte bril. Maar dan wel een soort ‘multifocale’, waar je (ik) weer een tijdje mee vooruit kunt…